Archief jaarverslag

DE HISTORISCHE KRING LOSSER IN 2008

Terug naar actuele jaarverslag   

Jaarverslag 2008

Voor de  aanvraag van een bijdrage van het Prins Bernhard Cultuurfonds in de kosten van een boekuitgave in 2008 moesten we begin 2008 een Activiteitenplan 2008/2009 op papier inleveren. Het lijkt mij een aardig idee om dat plan te gebruiken als basis van het jaarverslag 2008. Dan kunnen we meteen eens kijken wat er van al die mooie plannen terecht is gekomen. De cursief gedrukte tekst komt uit het ‘plan’, de overige tekst beschrijft wat er echt is gebeurd.

De gebruikelijke 4 à 5 avonden per seizoen waarop een lezing of een andere ledenactiviteit wordt georganiseerd.

Op maandag 7 januari  organiseerden wij onze traditionele ‘Niejoarsvisite’. Stien Meijerink presenteerde - onder het genot van boerenjong’s en knieperkes - de al even traditionele diaquiz. De zaal bij hotel Smit was stampvol.

Op 12 februari vertelde Harry Spies, uit Almelo, over de korte geschiedenis (1860-1870) van de Nederlandse en enkele Twentse zouaven . In de eerste helft van de 19e eeuw ontstond in Italië een sterk nationaal bewustzijn. Dat kwam tot uiting in een sterk streven naar staatkundige eenheid van het land dat tot dan toe bestond uit allerlei verschillende staten. Voorstanders onder leiding van Garibaldi wilden de pauselijke staat aan het gezag van de paus ontrukken, desnoods met geweld. In 1861 werd het koninkrijk Italië uitgeroepen. In 1866 veroverden Italiaanse troepen onder Garibaldi tweederde van de pauselijke staat. Het overige deel, Latium, bleef voor paus Pius IX behouden door steun van de Franse keizer Napoleon II. In de strijd tegen de Garibaldisten werd de paus bijgestaan door weerbare rooms - katholieke mannen uit alle delen van Europa. De zogeheten zouaven. Onder leiding van een Franse generaal vormden zij een leger: het Regiment der Pauselijke Zouaven. Nederland leverde veruit de meeste manschappen. Ze verzamelden zich voor vertrek in het Noord Brabantse Oudenbosch. Romantiek en heldenmoed dreef bijna 4000 Nederlanders naar het slagveld. Ook jongemannen uit Twente trokken naar het verre Italië om de paus te hulp te schieten. De lezing trok, mede door een leuk artikel in de Twentsche Courant Tubantia, veel belangstelling ook van buiten de Historische Kring.

De laatste lezing van het seizoen 2007/2008 werd op 25 maart verzorgd door dr. Coen Hilbrink, leraar aan het Twents Carmel College in Oldenzaal . De heer Hilbrink is o.a. auteur van ‘De illegalen. Illegaliteit in Twente en het aangrenzende Salland, 1940-1945’. Het verzet van de Nederlandse bevolking tegen de Duitse bezetter behoort tot de delen van onze geschiedenis die het meest met mythen zijn omgeven. In genoemd boek (zijn dissertatie uit 1989) heeft de heer Hilbrink zijn kijk gegeven op aspecten van de illegaliteit die voordien in de  vaderlandse geschiedenis nauwelijks aan de orde waren geweest. In de week voorafgaande aan de dag dat wij weer de bevrijding van Losser mochten herdenken, was dit een bijzondere avond, die ook veel belangstelling trok.

Het seizoen 2008/2009 werd geopend met een ledenavond op 18 november. Deze avond was gewijd aan de presentatie van een nieuwe publicatie van de HKL ‘Wonen aan de Strokappenweg’. Het eerste exemplaar werd op verzoek van Frans Jacobs, de auteur, uitgereikt aan Jan Elshoff, bewoner van boerderij de Bekswafer, in de vijfde generatie, en tevens één van de naaste noabers.
Frans Jacobs vertelde vervolgens de aanwezigen met behulp van dia’s alles ‘wat hij had willen weten en niet gevonden had’. Daarbij ontvouwde hij ook zijn theorie over het vroegere ‘gedoogbeleid’. De boerderijen daar, ver weg aan de rand van de Marke, zouden kunnen zijn ontstaan als illegale bouwsels voor de groeiende bevolking, die in het dorp en bij de gewaarde erven, niet geduld werd.

***

De ledenvergadering. (De HKL is een stichting maar gedraagt zich feitelijk als een vereniging). Na de ledenvergadering wordt steeds een excursie naar een doel in de omgeving georganiseerd.

Op zondag 18 mei hielden we onze jaarvergadering. Na de zoals gebruikelijk korte vergadering bezochten we TwentseWelle in Enschede, dat enkele weken daarvoor was geopend door Koningin Beatrix. Een unieke gelegenheid om kennis te maken met dit nieuwe museum, die door ongeveer 50 leden met beide handen werd aangegrepen. Een schot in de roos …

***

In 2008 wordt een ‘restyling’ van ons kwartaalschrift doorgevoerd. Deze verandering van formaat en omvang wordt gemarkeerd door de uitgave van een bloemlezing uit de voorgaande 15 jaren van het tijdschrift (‘Oet Dorp en Marke Losser’).

Deze bloemlezing is een boek dat 172 bladzijden telt en wordt met behulp van subsidiënten  en adverteerders gratis aan onze leden verstrekt. Wij steken er zelf geld in dat wij in 2007 hebben ‘gewonnen’ met deelname aan een internetzoekwedstrijd voor bestuursleden van historische verenigingen. Ook het geldbedrag van de Cultuurprijs van de Gemeente Losser die wij in 2007 hebben gewonnen (tweede plaats) investeren wij in het boek. De kosten kunnen we beperken doordat we zelf de hele opmaak van het boek verzorgen.

Daar is geen woord Frans bij en iedereen kan controleren dat dit plan helemaal volgens verwachting is uitgevoerd. 

De presentatie van de nieuwe uitgave vond plaats op vrijdag 11 april bij Hotel Smit. Het eerste exemplaar van het boek werd aangeboden aan een HKL- lid van het eerste uur, professor Max Heslinga uit Bilthoven, emeritus-hoogleraar van de Vrije Universiteit Amsterdam, die al vanaf zijn jeugd een bijzondere band met Losser heeft. Hij logeerde elke schoolvakantie in ons dorp en verwoordde zijn herinneringen als ‘Losser…het zag er heel anders, het rook er heel anders en het hoorde er heel anders’. De resultaten van zijn sociografisch onderzoek uit 1950-1952 naar de textielarbeiders in Twente, zijn voor wat betreft Losser en Overdinkel, in dit boek ook weer opgenomen. Wij waren zeer vereerd met  de komst van de heer Heslinga naar Losser. De heer Heslinga is helaas onlangs (op 11 januari 2009) overleden.

***

Wij gebruiken de bloemlezing ook als ‘lokmiddel’ bij een ledenwerfactie.

We vroegen onze leden om met het boek de boer op te gaan en nieuwe leden te werven. Dat was niet aan dovemansoren gezegd want het leverde ons in 2008 109 (!) nieuwe leden op. Daardoor groeiden we in 2008 van 431 naar 540 leden

***

Daarmee werden onze verwachtingen ver overtroffen. Bij de presentatie van het boek spraken we als onze ambitie uit om het jubileumjaar 2009 in te gaan met 500 leden. Het werden er dus nog 40 meer. Hulde daarom aan iedereen die geholpen heeft om dit fantastische resultaat te bereiken.

Op de foto hiernaast ziet u, naast enkele bestuursleden, de heer en mevrouw Korfage
(derde en vijfde van links) en kapper Herman Schoonhagen (tweede van links), ons meest succesvolle lid wat betreft het winnen van nieuwe leden.

Wij plannen voor eind 2008 een tweede boekuitgave ‘Wonen aan de Strokappenweg’. Ook van dit boek, dat we zo mogelijk in full colour willen uitvoeren (een primeur voor de HKL), zullen we de opmaak zelf verzorgen, zodat de kosten binnen de perken blijven en de verkoopprijs betaalbaar is.

Ook deze droom is helemaal uitgekomen.

Op 18 november  werd op onze ledenavond het nieuwe boek gepresenteerd: ‘Wonen aan de Srokappenweg/Vroeger en nu/ Geschiedenis van een noaberschap in de gemeente Losser’. Het boek is geschreven door Frans Jacobs, woonachtig op de Bekboer, één van de oude erven aan deze zijstraat van de Hogeboekelweg.

 

In 1992 kwam Frans Jacobs met zijn vrouw Viva aan de Strokappenweg wonen en raakte van meet af aan geïnteresseerd in de geschiedenis van dit bijzondere gebied in de Marke Losser, grenzend aan de Lonnekermarke. Tijdens de  tentoonstelling ‘Wonen in Losser’, die de HKL eind 2007 organiseerde, bleek dat hij al vergevorderd was met de vastlegging van de resultaten van zijn onderzoek. Door deze nieuwe uitgave is die vastlegging nu voor iedereen toegankelijk. Het verhaal van deze zijweg van de Hogeboekelweg, met de boerderijen die daar in de omgeving vaak al eeuwenlang liggen, biedt een boeiend inzicht in de landschappelijke ontwikkeling en de geschiedenis van het boerenbedrijf. Zes erven met mooie namen, de Bekswafer, de Bekboer, de Kap, de Liermanshut in de Veerte, de Schuurboer en Trienjochem, worden voor het voetlicht gebracht. En ook de familiehistorie van deze boerenerven, met vaak verrassende bijzonderheden, wordt uitvoerig beschreven. Geen droge genealogie, maar een levende geschiedenis. Niet alleen interessant voor directbetrokkenen en familieleden, maar ook voor een groot publiek.

Het eerste exemplaar werd op 18 november op verzoek van Frans Jacobs uitgereikt aan Jan Elshoff, bewoner van de Bekswafer in de vijfde generatie (maar nu woont daar ook al de zesde generatie) en tevens één van de naaste noabers.

De HKL is heel blij met deze uitgave en wij zijn Frans Jacobs veel dank verschuldigd voor het vele werk dat hij verricht heeft. Het is een mooi boek geworden, 105 pagina’s, voor het eerst met veel kleurenfoto’s. En daarbij hebben we de prijs toch laag kunnen houden (€ 15) . Dat komt omdat de redactie van Oet Dorp en Marke ook nu al het voorwerk en de opmaak weer zelf heeft gedaan. Tekst en foto’s bewerken, optimaliseren, zodat in dit geval ook oude familiekiekjes er goed uit komen te zien. En dat scheelt natuurlijk in de kosten. Veel werk met een mooi resultaat.

Als ‘toegift’ gaven we in december ook nog een wandelkaart uit met fraaie foto’s van het betreffende gebied.

De wandelkaart werd verspreid tegelijk met Oet Dorp en Marke en is ook (gratis) verkrijgbaar bij de VVV en op diverse plaatsen in Losser en omgeving (hotels, campings, musea).

***

In november en december 2008 organiseren we in het kader van het Jaar van het Religieuze Erfgoed een tentoonstelling over religieus erfgoed waarbij we alle kerken in Losser, Overdinkel, Glane en Gronau (Dld.) willen betrekken.

Een herberg van ontmoeting

De Historisch Kring doet, zoals wij altijd zeggen, aan de ‘kleine geschiedenis’ van Dorp en Marke Losser, en daarom hebben wij onze aandacht in dit jaar van het Religieuze Erfgoed gericht op het ‘kleine religieuze erfgoed’. En wat we daaronder verstaan was van 8 november tot en met 29 december te zien in galerie ’t Nien-End. Daar was een bijzonder fraaie expositie ingericht die in de krant ‘indrukwekkend’ werd genoemd.

Een beeld van de opening van de tentoonstelling. Rechts naast HKL voorzitter Thea Evers de heer Stefan van Delden, die de openingshandeling verrichtte. (Foto: Hans Jastrow, Gronau).

Toen we in het begin van dit jaar voor het eerst onze plannen bespraken kwamen we op het idee om ook Gronau er bij vragen. We hadden nog niet echt een idee over ‘hoe en wat’. Via ‘Oase’ werd er contact gelegd met de heer Stefan van Delden uit Gronau. En die heeft ons bij elkaar gebracht: Gronau, Epe, de Bardel, Losser en Overdinkel; katholieken, protestanten, doopsgezinden, baptisten en paters Franciscanen en Syrisch-Orthodoxen, allemaal onder één dak bij Jo de Jong. En dat is toch wel heel bijzonder.

Anderzijds: er zijn door de eeuwen heen altijd religieuze contacten geweest, die over de grens heen reikten. Te beginnen met Ludgerus, of Liudger zoals de Duitsers zeggen, die in 805 de eerste bisschop van Münster werd. In het Heberegister van de door hem gestichte abdij in Werden aan de Ruhr, staan omstreeks 900 ook boerderijen vermeld uit Losser, zoals de erven Swaferink en Wernsing/Wensman in de Zoeke.

En zo zijn er heel veel grensoverschrijdende bewegingen te volgen.

Na de Reformatie zien we een heel bekend voorbeeld. De Nederlandse zusters, die in 1665 uit Almelo verdreven werden, stichtten een klooster over de grens, Mariavlucht op de Glaan, waar vervolgens, in die voor hen moeilijke tijd, de katholieken uit Losser de H. Mis bijwoonden. Een deel van het gebouw is bewaard gebleven. Het staat in Gronau aan de Schwarzenbergstrasse en de nieuwe ‘flamingoroute’ voert er langs (met informatiebord ter plekke).

De oude protestantse kerk in Gronau, die stond op de voormalige Schlossplatz in het centrum, werd na verval weer opgebouwd met behulp van gelden uit Nederland .

Tijdens de Kulturkampf onder Bismarck (1870-1890), toen de katholieken en met name de geestelijkheid het in Duitsland heel moeilijk hadden, trokken de paters naar Nederland. Het Redemptoristenklooster in Glanerbrug, indertijd nog over de grens bij Epe (Gronau was toen een enclave in de gemeente Epe), werd de plek waar de  katholieken in Glanerbrug en het aangrenzende deel van Duitsland, ter kerke gingen, tot de paters in 1967 het klooster verlieten en de Ariëns-Stichting er een bejaardentehuis bouwde. In moeilijke tijden schuilde men dus als het ware over en weer bij elkaar.

De ‘Mennoniten’ (Doopsgezinde gemeente) in Gronau hadden verbindingen met de Nederlandse textielfabrikanten, zoals blijkt uit de stichtingsakte (1888) met namen als Blijdenstein, Stroink en Jordaan.

De hervormde kerk in Overdinkel werd in 1908 gebouwd onder meer met behulp van geld van de Duitse textielfabrikanten, met de toezegging van een jaarlijkse bijdrage. Die hadden toen al aandacht voor het kerkelijk en sociale leven van hun arbeiders.

Het voormalige Maristenklooster in Glane/Beekhoek, werd oorspronkelijk gesticht door Duitse Jozefschwestern (1910). Nu staat daar het Syrisch-Orthodoxe klooster St. Ephrem.

Klooster Bardel (1922-1929), van de Duitse Franciscanen werd ook veel bezocht door Losserse kerkgangers. In de Nazi-tijd, toen de paters waren verdreven, werden in het klooster honderden Nederlandse dwangarbeiders ingekwartierd. Toen de paters in 1952 weer de beschikking hadden over het complex, kwam het kerkbezoek vanuit Losser ook weer op gang. De mensen moesten een speciale pas hebben om de groene grens te mogen passeren. En dat duurde nog tot het einde van de jaren zeventig.

In het LAGA-jaar 2003 ontstond op de grens de Oase, een “vruchtbare plek” voor mensen van weerskanten van de grens, die de oecumene hoog in het vaandel hebben staan. In de zomermaanden vinden daar diverse openluchtvieringen plaats en in het weekend is het een veelbezocht ontmoetingsterrein aan het Laga-fietspad.

Toen ons werd gevraagd, ‘zit er ook een lijn in de expositie’, kwamen we  tot de conclusie dat de onderliggende lijn de grens is, en de contacten die over die grens heen, over en weer hebben plaats gevonden. En daar horen ook de contacten bij waaruit deze expositie is ontstaan. Die hebben wij van beide kanten als zeer waardevol ervaren.

Wij zijn als Historische Kring blij en trots dat wij al dit fraais konden tonen, en dat de mensen kennis konden nemen van het kerkelijk erfgoed, dat helaas, meestal grotendeels voor hen verborgen blijft. Historische, waardevolle zaken verstoffen vaak op zolders en archieven zijn nauwelijks geïnventariseerd en slecht toegankelijk. Enkele vrijwilligers doen hun best, maar dit waardevolle culturele erfgoed verdient een plek waar het goed geconserveerd wordt en toegankelijk is voor onderzoekers.

In ‘t Niend-End zijn de deuren open gegaan en stonden de kerken midden in de samenleving.

De Martinusparochie in Losser noemt zich een ‘herberg van ontmoeting’. Jo de Jong met haar galerie sloot zich daar op donderdag-, zaterdag- en zondagmiddag bij aan. Ook bij haar was het een herberg van ontmoeting.

De poster is samengesteld door Andries Kuperus.

Onder meer met deze fraaie poster heeft de HKL geprobeerd in Losser, Overdinkel en Gronau/Epe de aandacht op de expositie te vestigen. De poster is samengesteld door Andries Kuperus.

 Wij hebben zoveel mogelijk publiciteit gezocht, aan weerskanten van de grens, en met de medewerking van veel mensen, is dat goed gelukt. Ook regionaal hebben we aandacht gekregen. De Twentsche Courant Tubantia vond deze expositie zo de moeite waard, dat in de woensdagbijlage Stad en Land van 19 november 2008, een groot artikel werd gepubliceerd. Dat heeft ongetwijfeld ook bezoekers van elders opgeleverd.

Veel dank zijn wij verschuldigd aan onze Duitse noabers. Zonder hun hulp hadden wij deze tentoonstelling niet kunnen maken. Hun bereidwilligheid, van het begin af aan, hun enthousiasme, het vele werk dat ze erin hebben gestoken, de publiciteit in Gronau, en niet op de laatste plaats, wat ze tentoongesteld hebben, dat heeft op ons grote indruk gemaakt.

De openingshandeling werd verricht door de heer van Delden. Een  oude klok, die vermoedelijk afkomstig is uit klooster Mariavlucht op de Glaan speelde hierbij de hoofdrol. Deze klok uit het jaar 1489 doet nu dienst als gong in de St. Antoniuskerk in Gronau bij de vieringen.

Het opschrift van deze klok luidt: ‘In die ere Gots bin ic geraect – Jan Butendiek heff mi gemaect AD 1489’. En dat doet ook weer heel Nederlands aan. Met de klank van die klok, waarmee de zusters van klooster Glane in de zeventiende eeuw al werden opgeroepen om hun religieuze plichten te vervullen en die de Losserse katholieken in die tijd ongetwijfeld ook gehoord hebben, werd deze grensoverschrijdende expositie geopend. En dat is levende geschiedenis.

De tentoonstelling werd in zeven weken door ongeveer 1500 mensen bezocht.

Van 11 januari  tot en met 15 februari 2009 is de tentoonstelling ook nog in Gronau te zien geweest.

***

Informeel heeft de gemeente Losser ons in december 2007 een eigen onderkomen toegezegd (Martinusplein 16 ) dat medio 2008 beschikbaar zal komen. Huur condities etc. en de staat waarin het pand verkeert zijn ons nog niet bekend. Wij zullen hierdoor in een ook in financieel opzicht geheel andere situatie terecht komen. Voordat we definitieve besluiten nemen zal er een degelijke begroting opgesteld moeten worden.

Opgericht op 30 mei 1969 vieren we in 2009 ons veertigjarig jubileum. Wij hopen dat een eigen ‘Hoes’ in dit jubileumjaar daadwerkelijk zijn beslag zal krijgen. Realisatie daarvan zal veel inspanning vergen.

Na ‘rijp beraad’ hebben wij op 2 februari 2009 een overeenkomst met de gemeente Losser getekend over het gebruik van het pand Martinusplein 16 voor ‘opslag en stichtingsactiviteiten’.  De opslagfunctie is wel duidelijk: we beschikken over veel materialen, die nu her en der verspreid opgeslagen zijn. Archief, boeken, (geschonken) voorwerpen etc. en niet te vergeten de prachtige vitrines die ons zo goed van pas gekomen zijn bij de expositie van religieus erfgoed. Daarnaast zijn ons schenkingen toegezegd van voorwerpen mits wij de mogelijkheid hebben om die voorwerpen ook te tonen. Dat kan allemaal in Martinusplein 16. Welke andere stichtingsactiviteiten in het pand ontwikkeld worden zal in de loop van het jaar duidelijk worden. We zijn er zeker van dat Martinusplein 16 ons veel nieuwe kansen en mogelijkheden biedt.

***

Tenslotte: wat niet in ons activiteitenplan stond omdat het zo vanzelfsprekend is …

Op  11 mei (eerste Pinksterdag) stonden we met een boekenkraam op de Böggelmarkt op Erve Kraesgenberg en veertien dagen later was het al weer raak, nu op de Vrijwilligersmarkt van de gemeente Losser.

Aan het einde van de vakantieperiode namen we deel aan  het Brueghelfestijn. Dankzij de hulp van vrijwilligers konden we op 8, 9 en 10 augustus onze stand weer bemannen/bevrouwen en zo de geschiedenis van Losser, mede door onze boeken en tijdschriften, succesvol onder de aandacht van een groot publiek brengen.
Op 31 augustus waren we ook present, met de verkoop van boeken, tijdens de druk bezochte Spoordag, die op het terrein van Steenfabriek De Werklust werd georganiseerd.

Het bestuur van de Historische Kring vergaderde 11 keer. Bestuursleden waren aanwezig bij de vergaderingen van de Monumentencommissie, Stichting de Dorpsbleek, de Straatnamencommissie, en de commissie Open Monumentendag. Er werden lezingen verzorgd voor verenigingen en clubs. Ook in regionaal verband vertegenwoordigden bestuursleden de Historische Kring, bij diverse manifestaties en presentaties van boeken over Twente.

Oet Dorp en Marke verscheen zoals gebruikelijk vier keer. De al genoemde bloemlezing (1993-2007) vormde de  eerste aflevering van de jaargang 2008. Het nieuwe ‘format’  wordt alom gewaardeerd.

Dit alles overziend mogen we concluderen dat de Historische Kring Losser een druk jaar achter de rug heeft, waarin eigenlijk alles wat we gepland hadden ook gerealiseerd is en soms meer dan dat.

We gaan met vertrouwen het jaar 2009 in waarin we ons veertigjarig bestaan vieren in een eigen ‘hoes’.

Losser, 4 februari 2009

Namens het bestuur,

Georg van Slageren
(Secretaris Historische Kring Losser)