Oet Dorp en Marke 2002 - 4

Inhoudsopgave

Loakgang langs de Markestenen en Rijksgrenzen van de Marke Losser
(door H.Z. Scherphof-Bekker en C.S.M. Meijerink-Hannink)
 . Inleiding
 . Markestenen
 . Rijksgrensstenen
Uitgaven van de Historische Kring Losser

foto C.S.M. Meijerink-Hannink
Foto omslag: Rijksgrenssteen N76 (foto C.S.M. Meijerink-Hannink)

Loakgang langs de Markestenen en Rijksgrenzen van de Marke Losser

door: H.Z. Scherphof-Bekker en C.S.M. Meijerink-Hannink

Inleiding

In aansluiting op het artikel “De Marke Losser” in Oet Dorp en Marke 2001- 4 beschrijven we nu de tocht langs de grenzen rondom de Marke Losser.

In het verleden maakten de Boerrichter en de Gesworenen van de Marke, soms vergezeld van enkele Goedsheren (de eigenaren) ééns per jaar een “loakgang” om te controleren of alle grensmarkeringen, de zogenoemde laken, nog wel op dezelfde plaats lagen. Bij de oprichting van de Gemeenten werd het de taak van de Burgemeester om met name de Rijksgrensstenen te inspecteren. De burgemeester ondernam samen met de veldwachter deze visitatie-tocht, waarvan elk jaar een verslag werd gemaakt. De heer Bourgonje, onze secretaris, wiens vader gemeenteveldwachter was, kan zich nog goed herinneren, dat zijn vader samen met Burgemeester C.J.A. van Helvoort op pad toog om de Rijksgrenzen te controleren. Deze visitatie is in de loop der tijd afgeschaft. De Historische Kring Losser heeft, met uitzondering van de laatste jaren, elk jaar een deel van deze loakgang op zich genomen.

In zijn boek ‘Monumenten van Losser’ schrijft B. Olde Meijerink, dat van oudsher op het verplaatsen, beschadigen of omhakken van grensmarkeringen zware straffen werden gesteld. Werd iemand hierop betrapt dan groef men de man op die plek in de grond met het hoofd nog net boven de aarde, de paarden werden voor de ploeg gespannen en men voer met de ploegscharen over die plek. De rest laat zich raden… Men zorgde ervoor dat de plek waar een steen geplaatst of verplaatst werd onder de bevolking bekend bleef om te voorkomen dat over de exacte plek geschillen zouden ontstaan. Men bediende zich van uiterst merkwaardige middelen door, wanneer ergens een grenspaal of markesteen geplaatst of verplaatst zou worden, kinderen uit die omgeving mee te nemen. Was de steen of paal geplaatst kregen de kinderen onverhoeds slaag, waarna ze werden getrakteerd op noten of zoetigheid.(1)
Deze onrechtvaardigheid vergeet een kind zijn leven lang niet meer, maar ook de plaats is in zijn geheugen gegrift en dat was nu juist het doel van deze toch wel macabere behandeling.

Van de markestenen is veelal geen schriftelijke vermelding over de ligging bekend, uitgezonderd van de Marke de Lutte. In het Markeregt van de Lutte, gedrukt in 1878, wordt vermeld dat op 28 augusti 1651 “die anwesende Goetheeren, de gesworenen en ingesetenen der Lutter Marcke haere gewontlicke Laecke gegaen sint ende die anvanck is genomen bij het Rochuiss, die eerste steen”.(2)

Voor wat betreft de grens tussen De Lutte en Losser gaat de nummering van Markesteen nr. 14 tot en met 24. Nummer 14 is de Driemarkensteen, die staat afgebeeld op de omslag van Oet Dorp en Marke 2001- 4. Deze markesteen staat “achter Rechters Kampe an ’t Oldenzelsche Venne”.(3)

Uiteraard zijn de Rijksgrensstenen wel in officiële traktaten vermeld.

Bij de beschrijving van de ligging van de stenen hebben wij gebruik gemaakt van het eerder genoemde onvolprezen werk “Monumenten van Losser” door B. Olde Meijerink. De kadasternummers hebben we overgenomen uit de door de Historische Kring Losser uitgegeven veldnamenboeken “Grondstukken en Bewoners der Marke Losser”, delen 2 en 3 met de daarbij ingesloten kadasterkaarten van 1832.

De tocht rondom de Marke Losser begint in de Beekhoek bij Rijksgrenssteen N74 op de grens van Duitsland ofwel de Marke Epe en de Marken Losser en Lonneker.

Van hier gaat de markegrens tussen Losser en Lonneker door het Glanerveld richting Hoge Boekelerweg.

De Hoge Boekelerweg oversteken en de weg richting Losser 250 meter volgen tot de Strokappenweg. Deze weg ingaan en bij de achterkant van het Vogelbos rechtsaf, langs het hek het pad door het bos volgen tot de Enschedesestraat.

De ventweg rechtsaf richting Losser nemen tot aan het einde van het bos en linksaf de Enschedesestraat oversteken en het Oldenzaalseveen ingaan.

Een eind het bospad volgen en dan ligt aan uw rechterhand onder een driestammige berkenboom de Driemarkensteen no. 14 op de grens van de marken Losser, Lonneker en De Lutte. Van hier loopt de grens tussen Losser en de De Lutte door het Swerinck Veld richting Oldenzaalsestraat.

Deze steekt men over en 50 meter vóór het nog niet zo lang geleden verdwenen café ’n Bethlehem aan de Oldenzaalsestraat ligt steen no 18.


De markegrens tussen Losser en Lonneker aan de Enschedesestraat

(foto collectie HKL/fotoarcief Dagblad Tubantia).

Men volgt van hieruit de Bethlehemsbeek door het Honigloër veld, steekt de Lutterstraat over en vervolgt de beek richting Denekamperdijk.

Halverwege deze tocht verwijdert de Markegrens zich van de Bethlehemsbeek richting Snoeiinksbeek en loopt achter het eeuwenoude Erve Scholte Honiglo langs richting de straatweg.

De Denenerkamperdijk oversteken om vervolgens achter het enige echte historische Erve Kraesgenberg, dat reeds in 1475 genoemd wordt(4) en niet moet worden verwisseld met het boerenhuis van Kraesgenberg dat in Brilmansdennen is herbouwd, tot aan de Dinkel te komen. Hier ligt de laatste Markesteen nummer 24 die de Marken Losser en De Lutte scheidt.

Hier lagen de Rijksgrensstenen 8-9-10 en 11 die in het midden van de 19e eeuw reeds verdwenen zijn.(5) Om het grenspunt van deze stenen te kunnen bepalen heeft men twee meetstenen of Rijksstenen geplaatst zowel op Nederlands als op Duits grondgebied. Het snijpunt van de denkbeeldige lijnen tussen de stenen geeft de grens aan.(6)

Van hier vervolgen we de tocht in oostelijke richting langs de Rijksgrens met het Graafschap Bentheim in Hannover, dat in 1824 toebehoorde aan den Koning der Vereenigde Rijken van Groot Brittanje, Ierland, en Hanover(7) We komen achtereenvolgens langs de stenen met de nummer 7-6-5-4-3-2 en 1. Deze laatste is de zogeheten ‘Drielandsteen’.

Van het Drielandpunt volgen we de grens langs Overdinkel en Glane met het Bisdom Munster in Pruisen en eindigen waar we begonnen zijn bij Rijksgrenspaal N 74 op de Hillenplaats in de Beekhoek.

De teksten waarmee de stenen werden aangeduid in het Lutter Marckenboek en in het proces verbaal der grensscheiding ten aanzien van het Hannoverse en het Pruissisch grondgebied en de grensbepaling van het grondgebied van de Gemeente Lonneker, zijn letterlijk overgenomen.

We hebben veel steun gehad aan een kaart gemaakt door de Heer Johan Evertman, lid van de Historische Kring Losser. Bovendien hebben we gebruik kunnen maken van rapporten van grensinspecties van de Gemeente Losser, waarvoor onze hartelijke dank.

Markestenen

N 74. Kadasternr. I-5-1203.
Bij de Hillenplaats aan de Glanerbeek in de Beekhoek bij Glane.
Deze Driemarkensteen ligt op de grens van de Marke Epe in Duitsland met Losser en Lonneker, tegen de zogenaamde Boavelskamp bij de Hillenplaats.
Het bouwland is in 1832 eigendom van Jan Lutke Bavel uit de Lutte, ook genoemd Jan Grotenhuis.(8)
Het proces verbaal der Grensbepaling van 1810 van het grondgebied der Gemeente Lonneker begint op het punt van een Bentheimer zandstenen paal staande op de hoek van een stuk bouwland ten westen van het huis van VONDERGERRIT welke steen is gemerkt 74(9). De vonder lag over de Glanerbeek.
Dit punt is herzien bij het grenstraktaat van Kleef in 1816 en is in 1817 afgeperkt.
Huidige bewoner is de familie Hollink.

Ongenummerde Markesteen. Kadasternr. I-5-1211.
In het Kremersveen biej’Stoals Buske, alle bomen gekapt tussen 1914 en 1918. De zwerfsteen wordt genoemd: De steen aan de kamp in het Veld,(10) liggende ten oosten van het huis en bouwlant van Lukas Roterink.


Ongenummerde Markesteen. Kadasternr. I-5-1215.
Zwerfsteen bie Stoals Kotten in Stoals Tip.(11)

Ongenummerde Markesteen. Kadasternr. I-5-1218.
In het Zoeker Veld achter Erve De Kremer ligt de zogenoemde Losser Steen op het kruispunt van twee sloten.(12)
Huidige bewoner is de familie Wermer.

Ongenummerde Markesteen. Kadasternr. I-5-1218.
Deze steen ligt in het Wagtveld aan de Hoge Boekerlerweg ongeveer 250 mtr. van de Lonneker Markeweg ter hoogte van het huis “De Wermer”.(13)

Ongenummerde Markesteen. Kadasternr. I-6-1220.
Bij kotten “De Wagt”. Deze naam duidt op waakzaamheid bij de markegrens, vooral bij het openen en sluiten van het toegangshek.(14) Er werd op toegezien dat niet iedereen zomaar de Marke binnen kon komen.


De heer L. de Veen tijdens een loakgang in het Haagsebos.

Ongenummerde Markesteen. Kadasternr. I-6-1244.
In de Veldkamp aan de Strokappenweg/Penninkskottenweg.

Markesteen nummer 12. Kadasternr. H-7-1123.
Deze steen staat tegen het LOSSER HAGERBROICK bij de Oldenzelschen Vennwech in Swerincks Veld.(15)
Het Hagenbroick is ten onrechte later ‘Haagse Bos’ genoemd, welke naam niets van doen heeft met Den Haag of Hagenaars. In het Hagenbroick (broeklanden omzoomd met heggen) lagen lage vruchtbare weiden omringd door hagen of heggen om het vee binnen de perken te houden.

Markesteen nummer 13. Kadasternr. H-7-1123.
Staet in ’t Veld tegen het OSSENSCHOT, alwaer nog ein kleinen steen bij ligt.(16)
Dit ossenschot duidt op een schutschot, dat ten doel had uitgebroken vee, dat niet gerechtigd was in het Hagenbroick te weiden, op te vangen en in het schutschot te stallen. De rechtmatige eigenaar kon zijn vee terug krijgen tegen betaling aan de Boerrichter.

Markesteen nummer 14. Kadasternr. H-7-1123.
Deze staet achter Rechters Kampe ant Oldenzelsche Venne ende scheidet drie Marcken als Lutte Lonnicker en Losser.(17) Dit is de Driemarkensteen aan de Ketteler Kamp en ligt aan de voet van een driestammige Berkeboom. De steen ligt op een hoogte van 47 mtr. boven N.A.P
Eigenaar van de grond is sedert 1892 de Fa. Ledeboer.

Markesteen nummer 15. Kadasternr. H-7-1134.
Deze steen staet in Rechters Kempe.(18)

Markesteen nummer 16. Kadasternr. H-7-1180.
Deze staet in Rode Cuypers Maete in het Asblick.(19) Dit stuk grond werd later “De Moatkamp” genoemd en het huis werd bewoond  door de familie Gervink.

Markesteen nummer 17. Kadasternr. H-7-1182.
Deze staet in Schoemaeckers Mate.(20)
Het grondstuk wordt nu “de Bekstukke aan de Asbeck”genoemd. De namen Asblick en Asbeck zijn verkortwoorden van Adelsblick en Adelsbeck en stammen af van het verdwenen Erve Adelsgoor.

Markesteen nummer 18. Kadasternr. H-7-1274.
Deze steen staet in Dijck Gerlix Maete an Sallerskamp.(21) Dijck Geerlix was indertijd Boerrichter.
De steen ligt aan de rechterkant van de Oldenzaalsestraat, even vóór het verdwenen café ’n Bethlehem’, aan de beek tegen een populier en is vanaf de straat te zien.
Rijksmonument nr. 26308.
Hier stond eertijds een schutschot om vee, dat niet gerechtigd was in de Hooimaten, op te sluiten.


Markesteen nummer 18 aan de Oldenzaalsestraat.

Markesteen nr. 19. Kadasternr. H-7-1399.
Deze steen staet in Thoslag Kamp tegen Schulten Honichloos Maete.(22) De steen ligt midden in het pad dat naar de afgebroken boerderij “de Smudderij” ging.
Rijksmonument 26309.

Markesteen nummer 20. Kadasternr. H-7-1367.
Staet in Snoijncks Gemene Horst.(23)
Rijksmonument 26310.

Markesteen nummer 21. Kadasternr. H-6-555.
Staet in Hengelmans Maete bij Schulten Honichloes Esch. Alhir hefft Schulte Honichlo willen sustineren dat noch diesen steen ein ander Steen solde staen in Duvelshoffs Maete waermede hie wolde bewisen dat die grunt daer die boven geschreven 19e steen solde in Losser Marcke liggen, maer haben solchen steen in Duvelshoffs Maete lange gesocht doch nicht gefunden ende is ock binnen die laecke gehouwen.(24)
Rijksmonument 26312.

Markesteen nummer 22. Kadasternr. H-6-551.
Deze staet up Snoijnchs Esch in den wal an den Kalverkamp.(25)

Markesteen nummer 23. Kadasternr. H-6-563.
Staet op Snoijncks Lange Camp. Liggend in de Marke De Lutte.

Markesteen nummer 24. Kadasternr. H-6-602.
Staet in Snoijincks Weide an die Dinckel under ein Hagendoornes Busz, welke steen scheidet die Lutter Marcke, Losser ende die Graafschap Bentheim.(26)

Hier tegen de Dinkel eindigt de markegrens met De Lutte en midden in de Dinkel lag voorheen de Rijksgrens.

We vervolgen de tocht in oostelijke richting langs de Rijksgrens met de Graafschap Bentheim in Duitsland.

Rijksgrensstenen

Rijksgrenssteen nr. 8-9-10-11. Kadasternr. H-4-606.

Deze Bentheimerzandstenen palen waren in een vierkant opgesteld. Het snijpunt van de diagonalen vormde het grenspunt, dat in het midden van de Dinkel lag.

In het grenstraktaat van 1824 staat: “dat men ging naar de opgegeven marktegrenzen tusschen de Nederlandsche Gemeente Losser en de Hannoversche Gemeente Gilhuis alwaar een gegraven kruis op den regter oever der Dinckel valt zoodanig dat tusschen deze twee opgegeven punten, de Dinckel, ter lengte van zeven en dertig ellen, zeven palmen of tien rijnlandsche roeden, gemeenschappelijk blijft en de dalweg of het midden derzelve aldaar de grensscheiding maakt”.(27)

Doordat de situatie van het vierkant van de stenen 8, 11, 10 en 9 te gevaarlijk werd bevonden (waarschijnlijk door hoog water) werden er in 1869 met toestemming van beider Regeringen aan beide zijden merkstenen zonder merktekenen in de geest van verzekeringsstenen geplaatst.(28)

Op de plek van steen 8 en 11 stonden in 1884 houten palen.

De verzekeringsstenen of Rijksstenen worden nummer 9 en 10 genoemd.(29)

Na de Tweede Wereldoorlog en wel in de nacht van 22 op 23 april 1949 vond hier de annexatie van Duits grondgebied plaats en werden gronden behorende bij de erven Verbecke (Aarnink) en Euverman bij de Gemeente Losser gevoegd.

Deze correctie van Duits grondgebied was bedoeld als schadevergoeding voor de door Nederland geleden schade in de Tweede Wereldoorlog.

De grens werd toen afgepaald met houten palen.

Het schijnt dat deze annexatie de Gemeente Losser alleen maar geld gekost heeft. De annexatie werd op 1 augustus 1963 weer ongedaan gemaakt, waarbij de grens tussen paal 7 en 12 werd rechtgetrokken zodat grenspalen 8-9-10 en 11 kwamen te vervallen.

Deze foto toont het moment waarop de annexatie van het Erve Verbecke weer ongedaan

Gemaakt wordt (1 augustus 1963). Geheel rechts burgemeester J.P.A.M. van de Sandt

(foto collectie HKL/fotoarchief Dagblad Tubantia).

Grenssteen nr. 7. Kadasternr. H-5-613.

Deze grenssteen van Bentheimer zandsteen staat tussen de erven Verbecke en Kraesgenberg in het kleine Möatke bie Wenners Buske(30) en draagt het jaartal 1824.

Tussen Grenssteen 7 en 6 Kadasternr. H-5-625.

LOSSERBRUGGE

De aanwezigheid van een gebouw op de grens is vergelijkbaar met de situatie in VENNEBRUGGE op de grens met Duitsland aan de straat van Neuenhaus naar Hardenberg, waardoor we in staat zijn een hypothese te formuleren die de exacte ligging van de Losserbrugge aangeeft.

“Op 2 januari 1334 toen de vete tussen Herman Rutenkampe en de Stad Aldenzale aan de Dincle is bijgelegd”.(31) De zinsnede “aan de Dincle” geeft de plek aan waar hooggeplaatste personen op NEUTRAAL TERREIN bij elkaar kwamen.

In  de Cameraarsrekeningen van Deventer komen we herhaaldelijk de plaats Losserbrugge tegen, bijvoorbeeld:

De burgers van Deventer met de Bisschop van Utrecht te paard naar een zitdag te Losserbrugge reden. Hun onkosten werden vergoed.

De bode te voet van Deventer brieven naar o.a. Losserbrugge heeft gebracht.

De burgers van Deventer met hun gezellen naar Losserbrugge reden, omdat daar een bijeenkomst van vertegenwoordigers van Kloosters plaats vond.

Men sprak van Losserbrugge maar later ook van Losservoirde.

In 1548 waren Losserbrugge en Vennebrugge nog zo belangrijk dat men precies honderd stenen plaatste tussen deze belangrijke grenspunten.

Deze plaats die lange tijd in de vergetelheid is geweest was in de 14e en 15e eeuw een belangrijke ontmoetingsplek waar zitdagen werden gehouden en geschillen werden bijgelegd. Te vergelijken met “Camp David” in Amerika.

Grensbeschrijving van de Losserbrugge bij erve Verbecke, thans Aarnink. Het aantal hulpstenen geeft

aan hoe complex de situatie ter plaatse is geweest. Het gebouw precies op de grens is de plek waar

onderhandelingen en zitdagen plaatsvonden.

Grenssteen nr. 6. Kadasternr. H-5-625.

Deze grenspaal staat op het Erve Verbecke later Aarnink, links van de weg.

De Bentheimer zandstenen grenspaal draagt aan de Duitse zijde het wapen van de Graven van Bentheim, een schild met zeventien hele en halve penningen.

(4, 5, 4, 3, 2, 1) en de letter H voor Hannover uit 1824.

Aan de Nederlandse zijde is het Bourgondische- of Andreaskruis met een vuurslag gehouwen waarna in 1824 de Letter N, 1824 en no. 6 er aan toegevoegd zijn.

Deze rechthoekige steen, met afgekante zijden, is wel de meest ongeschonden grenssteen lang de Bentheim - Overijsselse grens.

In 1548 wordt deze grensmarkering omschreven als: “Den grooten boom staende voor Baerlebecker hoff en huys, daer een cruys ingehouen is.(32)

Rijksmonument  26302.

Grenssteen nr. 5. Kadasternr. H-5-629.

Grenssteen liggend aan de voet van de Paasbult of Scherpenberg.

Vóór 1548 werd deze plaats aangeduid als “Den grooten boom beneden den Scherpenberg aen den thuin”.(33)

De steen, van Bentheimer zandsteen, is waarschijnlijk geplaatst na 1548 en toont aan de Duitse zijde het wapen van de Graafschap Bentheim met de 17 hele en halve penningen en het jaartal 1824 de H van Hannover en No.5.

Aan de Nederlandse kant vertoont de steen een renaissanceschild met daarin een andreaskruis terwijl onder in het schild een vuurslag voorkomt.

Het Bourgondisch- of Andreascruse bestaat uit twee gekruiste talhouten, lauriertakken of doorntakken in de vorm van een X. Andreas was de beschermheilige van het Habsburgse Huis waartoe ook Karel V (1500 – 1558) behoorde.(34)

Met een vuurslag sloeg men vroeger, toen er nog geen lucifers waren, vuur uit stenen.

Rijksmonument 26301.

Grenssteen 4. Kadasternr. K-1-1.

Liggend aan de kruising Ravenhorsterweg met de Grensweg, waar men het zandpad opgaat naar het Klooster Bardel.

De oorspronkelijke steen uit 1824 is gebroken en een restant van de steen ligt in het Gemeentehuis van Losser.

De steen is vervangen door een betonnen paal.

Grenssteen 3. Kadasternr. K-1-1.

In 1824, in het grenstraktaat, wordt deze plek omschreven als de MARKSPLAATS.(35)

Aan de Beerninksweg waar deze eindigt aan de Rijksgrens, iets links van de weg, staat de grenssteen in de weide.

Deze weg die vroeger doorliep naar Gildehaus werd toen Molenweg genoemd, omdat de boeren uit de Eschmarke en de Soeke die aan de Graven van Bentheim toebehoorden hun graan in Gildehaus moesten laten malen.(36)

De steen is evenals de Drielandsteen geplaatst na 1659.

In het grenstraktaat van 1824 wordt over deze steen abusievelijk gesproken van een Bourgondisch wapen terwijl men van doen had met het Wapen van Overijssel.

Deze sterk gehavende paal, die in het verleden waarschijnlijk is gebruikt als schietschijf, draagt aan de Nederlandse kant een schild waarbinnen een naar links gewende staande gekroonde leeuw staat, terwijl het schild gebroken wordt door een golvende dwarsbalk te weten het wapen van Overijssel.

Aan de Duitse zijde is enkel de omtrek van een schild te onderscheiden.

Rijksmonument 26300.

Grenssteen 2. Kadasternr. K-3-263.

De steen uit 1824 staat in een wal aan het Fleuer of Welperveen.

Grenssteen 1. Kadasternr. K-4-267. Ook genoemd nummer 862 of nummer 87.

DE DRIELANDSTEEN

Deze driezijdige Bentheimer zandstenen zuil uit 1659 staat aan de weg Gronau-Gildehaus, beschermd door een vangrail, en is wel de bekendste grenssteen.

Dit is de plaats waar in de middeleeuwen de grenzen van de Bisdommen Munster en Utrecht en de Graafschap Bentheim samen kwamen. Momenteel vormt zich hier de grens tussen de Nederlanden, Nordrhein-Westfalen en Niedersaksen.

In 1548 wordt deze plek aangeduid als “De Kruyskuele in den Vleer”.(37)

Aan de Munsterse kant bevindt zich het wapen van bisschop Christoph Bernard von Galen te weten een schild verdeeld in zes kwartieren en een hartschild. Het eerste en het zesde kwartier vertonen een gedeeld wapen, waarboven drie vogels te zien zijn. Dit is het wapen van het Burggraafschap Stromberg, welke titel bisschop von Galen sinds 1652 voerde om een grotere invloed te krijgen in de Rijksdag.

Het tweede en het vijfde kwartier vertonen drie kogels of koeken, 2 boven en 1 onder.

Bernard van Galen voerde sinds 1655 de titel Dominus de Borculo om aanspraken te maken op het in 1615 aan de Republiek verloren gegane Leen Borculo.

Het derde en vierde kwartier vertonen een dwarsbalk, dit is het wapen van het Bisdom Munster.

Het hartschild heeft drie wolfsangels, 2 boven en 1 onder. Dit is het wapen van het geslacht Von Galen.

Het wapen wordt gedekt met een vorstenkroon met op elke rand negen parels.

Boven het wapen staan de initialen C.B.E.M

Christofferus Bernardus Episcopus Monasterium( Christoph Bernard Bisschop van Munster).


Onder het wapen Aô 1 6 5 9.

De Nederlandse zijde vertoont het wapen van Overijssel met de klimmende leeuw en de dwarsbalk, waarvan het schild wordt gedekt door een vijfbladerige kroon van drie ringen.

Onder het wapen staat Ao 1659, no.87 en de letter N.

 

De Drielandsteen uit 1659. Nederlandse zijde

(foto RDMZ 1975).

De derde zijde vertoont het wapen van Bentheim met de penningen en het schild en wordt gedekt door de gravenkroon. Deze gravenkroon vertoont een ring met omgebogen randen, waarop drie bladeren of fleurons met daar tussen twee franse lelies en onder het wapen staat Ao 1659.(38)

 

De Drielandsteen uit 1659. Niedersachsen zijde

(foto RDMZ 1975).

Men is met een nieuwe nummering begonnen omdat Hannover, waartoe het graafschap Bentheim behoorde, in die tijd bezit was van het Koninkrijk Engeland en men derhalve met een ander land en een andere rechtspositie van doen kreeg, vandaar grenspaal nummer 1.

Nummer 862 is de telling vanaf de Luxemburg-Franse grens voorbij Vaals naar Drieland.

Nummer 87 is de telling vanaf Vaals naar Drieland.

Rijksmonument 26299.

De tocht gaat verder langs de Rijksgrens van Nederland met het bisdom Munster in Nord-Rhein Westfalen in Duitsland.

N 861 of nr. 86. Kadasternr. K-4-273

Natuurstenen paal uit 1824.

Deze steen ligt in 1824 tegen het bouwland van Jan Dikkers. In 1832 geheten het Moathoes van Altena, lopende langs het Ruenberger Veen.(39)

Hier woonde later de familie Kayser van de Venhaar.

N 860 of nr. 85. Kadastrnr. K-4-275.

Ligt in het Veld met ’n Dannenbosch langs het Ruenbergerveen.(40).

Hier maakt de grens een inspringende hoek in de Gemeente Losser.

N 859 of nr. 84. Kadastrnr. K-4-299.

Bie’j ’t Plodd’n Venneke.(41)

Plodd’n zijn Vennepluuze ofwel wolgras.

Grenssteen N 859 bie’j ’t Plodden Venneke.

N 858 of nr. 83 Kadasternr. K-4-300.

Grenssteen in het Veld.

Tegen de Ruenberger Koeweide(42) dichtbij het Witte Zand of Witte Veen en de woonwijk “Die Freiheit in de Schöttelkötter Hook” in Duitsland.

Grenssteen N 858.

N 857 of nr. 82. Kadasternr. K-4-300.

Grensovergang Tiekerhook.

In 1824 wordt deze plek omschreven als de paal aan de Molenweg of de weg van Losser naar Epe bij het huis van Schildkamp later Frerikshuis.


N 856 of nr. 81. Kadasternr. K-5-345.

In het Tiekenveen staat de uit 1824 daterende steen met het nummer 81 dat herinnert aan de nummering van het verdrag van 1696.(43)

De voet is onbewerkt, loopt naar boven taps toe en heeft een spitse top.

Deze steen stond tot 1974 aan de rand van het door ophoging verdwenen Tiekerveen en is toen enkele honderden meters verplaatst. Deze steen is aan de ene zijde voorzien van het nummer 81 en aan de andere zijde van het nummer 856.


N 855 of nr. 80. Kadasternr. K-6-349.

Bij het huis van B. Tieke, bewoond door Hendrik Aagten onder het Munstersche  in het Veld of op de Haer dichtbij ’n Boskaamp.(44)

N 854. Kadasternr. K-6-349.

Staande op de hoek van het bouwland van Elias Arends te Gronau alwaar nog een houten paal in het Munstersche staat, aan de Boskaamp en aan de Dinkel waarna de Dinkel de Rijksgrens vormt.(45)

N 853. Kadasternr. K-6-350a en 353.

Aan beide zijden van de Dinkel staan twee stenen met hetzelfde nummer 853.

N852. Kadasternr. I-4-1161 en 1158.

Op de hoek van het bouwland van Elias Arends ook genoemd Keizerskamp in het Nije.(46)

N851. Kadasternr I-4-1161 en 1158.

Aan het IJmengoor onder Losser ook genoemd ’t Nije en ’t Paddenbos aan het IJmengoor.(47)

N 78. Kadasternr. I-4-1165.

In de nabijheid van de grensovergang Glane-Gronau ligt steen nr. 78 aan de Selhorst in het Ijmengoor.(48)

N 850 of nr. 77. Kadasternr I-4-1165.

Langs het bouwland en het huisje van Berend Schildkamp een steen gemerkt

no 77.(49) Dit is evenals steen nr. 78 in “de Put” in de Glane.

Grenssteen N 850.

N 76. Kadasternr. I-4-1167 en 1168.

Tegen het bouwland van Jan Kuiper onder Losser en het bouwland van Scholte Glaneman in het Munstersche. Bij de Gemene Markenkamp en Slots kotten aan de Mookamp.(50)


N 75. Kadasternr. I-4-1182.

Biej ’n bos(51) ten zuiden van het eeuwen oude Erve Schiltkamp.Thans Syrisch Orthodox Klooster St. Ephrem.


N 849. Kadasternr. I-4-1177.

Aan de Glanerbeek bij Schildhuis.(52)

Om twisten te voorkomen werden tussen de hoofdstenen

soms vele hulpstenen geplaatst. Dit is hulpsteen 849j.

N 74. Kadasternr. I-5-1203.

Tussen N 74 en N 75 is de Glanerbeek de Rijksgrens.

De grenssteen ligt bij de Hillenplaats ofwel het huis van Jan Grootte waar ook een Driemarkensteen ligt.(53)


Hier eindigen we onze tocht waar we begonnen zijn langs de Marke- en Rijksgrenzen rondom de MARKE LOSSER.