Oet Dorp en Marke 2004 - 3

Inhoudsopgave

Van het bestuur
 . 35 jaar Historische Kring Losser
 . http://www.historischekringlosser.nl
‘Het meisje in de Froenstraat… en andere Lossernaren’
Wie is: ‘Het meisje in de Froenstraat’?
Herdenking 60 jaar Bevrijding
(Herhaalde oproep)
35 jaar Historische Kring: Excursies
(door Thea Evers)
1 mei optocht 1937 in Overdinkel
(door A.F. de Jongeburcht)
Dansen in de jaren dertig
(door Thea Evers)
De Twentecollectie van de Openbare bibliotheek Enschede
Uitgaven van de Stichting Historische Kring Losser


Foto omslag:
Het meisje dat op 20 mei 1979 in de Froenstraat speelde bevond zich op 14 mei 2004 op het Raadhuisplein in Losser. Zie verder het artikel: Wie is: ‘Het meisje in de Froenstraat’?

Van het bestuur

35 jaar Historische Kring Losser

In 2004 is het vijfendertig jaar geleden dat de Historische Kring werd opgericht, met als doel de kennis van en de interesse voor de geschiedenis van Dorp en Marke Losser te bevorderen. Hoewel de Historische Kring formeel een stichting is, functioneren wij feitelijk als een vereniging, die in 1969 begon met 12 leden. Nu zijn dat er ruim 700 geworden.

Voor deze ledendonateurs worden in het winterseizoen vier tot vijf avonden georganiseerd met (dia)lezingen, filmvertoningen etc. Deze activiteiten vinden plaats bij hotel Smit aan de Brinkstraat. Befaamd (en steeds drukbezocht) is de Niejoarsvisite met eigengemaakte boerenjongens en zelfgebakken knieperkes en de inmiddels traditionele fotoquiz.

De jaarvergadering in april wordt in de regel gecombineerd met een excursie in de nabije omgeving. Voorbeelden van de afgelopen jaren zijn een bezoek aan het Palthehuis in Oldenzaal, een wandeling met de nachtwacht in Bentheim en een rondleiding door de Plechelmusbasiliek.

Ook wordt er één keer per jaar een dagexcursie per bus georganiseerd. Dit jaar inmiddels voor de twintigste keer. Daarbij zoeken we bijzondere bestemmingen uit. Wie had er in Losser ooit gehoord van de bedevaartskerk in Neviges? In een zondags  dagje-uit, opgenomen als contrast tot de dom van Keulen, was deze kerk daarna het gesprek van de dag. Het Neanderthalmuseum was ook zo’n bijzondere bestemming, evenals de Zeche Zollverein. Prachtige excursies in Nederland en Duitsland waar veel leden goede herinneringen aan hebben. Zie verder de bijdrage van Thea Evers elders in dit nummer.

Daarnaast wordt doorlopend veel tijd en energie besteed aan historisch onderzoek met als resultaat het schrijven en uitgeven van boeken over de geschiedenis van Losser. Tot nu toe zijn er zeventien boeken verschenen, een resultaat waar wij trots op zijn. De laatste uitgave was het boek “Op en om een klein stationnetje…”, dat vorig jaar verscheen ter gelegenheid van het feit dat het toen honderd jaar geleden was, dat de spoorlijn Denekamp – Oldenzaal – Losser –Gronau werd geopend. Het textiel-werkliedenrijtuig van deze lijn, dat mede op initiatief van de Historische Kring door de Museum Buurt Spoorweg te Haaksbergen werd gerestaureerd, stond gedurende de Laga in 2003 opgesteld bij de Steenfabriek en was een grote trekpleister.

Een andere mogelijkheid om de vruchten van het onderzoek naar de historie van Losser vast te leggen is (sinds 1992) ‘Oet Dorp en Marke Losser’. Wat de inhoud betreft streven wij ernaar om ‘voor elk wat wils’ te bieden. Een aflevering met een langer artikel over een bepaald onderwerp wordt zoveel mogelijk afgewisseld door een uitgave met een gevarieerde inhoud. Voorbeelden zijn een aflevering over de dichter Marsman en het theehuisje van Menko, een gegeven dat in Losser geheel onbekend was, met als gevolg, dat Losser werd genoemd in de grote Marsmanbiografie. Ook het Heslinga-nummer, dat geheel gewijd was aan een sociaal-geografische schets uit de vijftiger jaren van de dorpen Losser en Overdinkel, was zeer bijzonder en trok ook buiten ons dorp veel aandacht.

‘Oet Dorp en Marke Losser’ werd oorspronkelijk in eigen beheer en met beperkte middelen vervaardigd. In 2002 trokken wij de stoute schoenen aan en lieten het tijdschrift op een professionele manier verschijnen. Uiteraard tegen aanzienlijk hogere kosten. Het oogstte echter wel veel waardering, zowel voor de vorm als de inhoud. Bij het ‘Lokale compliment’ in 2001 werd de Historische Kring vanwege dit nieuwe jasje van het tijdschrift verblijd met de derde prijs.

Maar de Historische Kring doet meer. Zij stond ook aan de wieg van de Stichting Erve Kraesgenberg, maakt deel uit van de Gemeentelijke Monumentencommissie, de Straatnamencommissie, het bestuur van de Dorpsbleek en van de Commissie Open Monumentendag. Er worden dialezingen gehouden voor plaatselijke verenigingen en instellingen en ook het onderwijs krijgt steeds meer belangstelling.

De Historische Kring is in vele opzichten een unieke vereniging. Eén van de feiten waaruit dat blijkt is de hoogte van de contributie. Deze werd bij de oprichting in 1969 bepaald op ƒ 20 voor een ‘enkel’ lid en ƒ 25 voor een echtpaar. Tweeëndertig jaar lang is er geen contributieverhoging geweest. De hogere kosten voor een mooier tijdschrift maakten het echter noodzakelijk om de contributie te verhogen tot € 10 euro en voor echtparen € 12,50.

Wij hebben het 35-jarige bestaan gevierd met een Open Dag op zaterdag 11 september 2004 bij Hotel Smit. Van 11 tot 16 uur was iedereen van harte welkom. Wat was er te doen: Oude foto’s van Losser, een film, een dia-quiz. Maar ook aandacht  voor nieuwe projecten:

Als gast was mevrouw Joke Küpers uit Overdinkel, in samenwerking met de Twentse Genealogische Vereniging, met een stand aanwezig te zijn, zodat ook de stamboomonderzoekers aan bod konden komen.

Open dag 11 september 2004

En ‘last but not least’ werd op de Open Dag ook onze website gepresenteerd:

http://www.historischekringlosser.nl

Maandenlang is aan deze website, geheel belangeloos, gewerkt door de heer Meije van Slageren, uit Lochem die wij daarvoor veel dank verschuldigd zijn.
Wij nodigen u graag uit om eens een kijkje te nemen op onze site. Naast algemene informatie over de HKL vindt u er een boekwinkel, waar alle nog leverbare uitgaven van de HKL via het Internet besteld kunnen worden. Ook kunt u op de site alle afleveringen van Oet Dorp en Marke vanaf 2002-1 nog inzien.

Laat u eens horen wat u van onze website vindt. Wij zijn erg benieuwd naar uw reacties. U kunt ze kwijt via info@historischekringlosser.nl

Het bestuur

‘Het meisje in de Froenstraat… en andere Lossernaren’

Zoals u weet is de Historische Kring Losser in april 2004 begonnen aan een nieuw project dat naar het zich nu laat aanzien, zal leiden tot de uitgave van een zeer bijzonder fotoboek.

Het betreft 111 portretten van bekende en minder bekende Lossernaren. Norbert Klein maakte de foto’s tussen 1979 en 1995.

De gefotografeerde personen maken (zoals wij allemaal) ieder op hun terrein deel uit van een stukje geschiedenis van ons dorp in de tweede helft van de twintigste eeuw.

Bij elke foto zal ook een ‘geschreven portret’ worden opgenomen. Opname van foto en beschrijving zal uiteraard alleen plaats vinden met toestemming van de betrokkene of van haar/zijn nabestaanden. Om gegevens voor de beschrijvingen te verzamelen worden alle betrokkenen (of hun nabestaanden) benaderd door bestuursleden van de HKL.

De lijst met namen van de geportretteerden is te groot om in dit boekje te worden afgedrukt. U kunt alle namen wel lezen op www.historischekringlosser.nl (de website van de Historische Kring Losser, die sedert 11 september 2004 ‘in de lucht’ is).

Wie is: ‘Het meisje in de Froenstraat’?

In de vorige aflevering van Oet Dorp en Marke werd een foto afgedrukt van een meisje dat op 20 mei 1979 voor de smederij van Lemmink aan de toenmalige Froenstraat (nu Bernhard Leurinkstraat) aan het spelen was.

Meer dan 25 jaar is niet bekend geweest wie dit meisje was en wij vroegen aan onze lezers of die haar misschien (her)kenden. Oet Dorp en Marke 2004-2 was nog maar net rondgebracht of mevrouw F. Riesewijk-Kellerhuis belde op om te vertellen dat het meisje haar vroegere buurmeisje Monique Wilke is. Mevrouw Riesewijk was overigens wel de eerste maar niet de laatste die belde. Allen die gereageerd hebben onze hartelijke dank. We zijn blij dat we ‘het meisje’ met uw hulp gevonden hebben.

Monique  was toen de foto gemaakt werd 4 jaar oud. Ze is een dochter van Arnold Wilke en Marian Leussink (van het loodgietersbedrijf) en ze is in mei van dit jaar (bijna op de dag af 25 jaar na het maken van de foto) getrouwd met Martin Speerstra (jawel, van het elektrobedrijf).


Monique Wilke op 20 mei 1979 Monique Speerstra-Wilke op 14 mei 2004

Herdenking 60 jaar Bevrijding

(Herhaalde oproep)

Volgend jaar is het 60 jaar geleden dat er een eind kwam aan de Tweede wereldoorlog en Nederland bevrijd werd van 5 jaren bezetting. Het zal niet meer zijn zoals 10 jaar eerder toen wij vele Canadese en Engelse oud-strijders ‘again’ welkom mochten heten en de Historische Kring Losser dat prachtige boek van Joh. Luizink ‘In Losser is niets gebeurd… 1940-1945’ mocht uitgeven.

Wel willen wij aflevering 2005-1 van Oet Dorp en Marke Losser geheel wijden aan ‘Losserse’ onderwerpen die met de oorlog en de jaren daarna te maken hebben. Ook de oorlog in Ned. Indië en de inzet van Nederlandse soldaten voor, tijdens en na de politionele acties zouden aan bod kunnen komen.

De redactie heeft al enkele ideeën, maar niet voldoende om een heel nummer te kunnen vullen. Daarom zoeken wij mensen die ons willen helpen om van Oet Dorp en Marke 2005-1 een waardig ‘Bevrijdingsnummer’ te maken. Wij hopen dat er zoveel kopij binnen komt dat we er een dubbeldiknummer van kunnen maken. Ook suggesties voor onderwerpen zijn van harte welkom. U kunt contact opnemen met de (eind)redacteur Georg van Slageren, tel. 053 538 2850 of met een van de andere bestuursleden.

De redactie

35 jaar Historische Kring: Excursies

Door Thea Evers

Eén keer per jaar organiseert de Historische Kring een dagexcursie naar historische bestemmingen in Nederland en het aangrenzende Duitsland.

Op zondag 5 september konden Hermien Scholten en ik ons vierde lustrum vieren: we hadden voor de twintigste keer een bustocht georganiseerd.

In de beginjaren gebeurde dat “dagje uit” minder frequent en ook anders. Men ging met een kleine groep ( er waren ook nog maar weinig leden) met eigen auto’s.

Zo heb ik indertijd deelgenomen aan een excursie naar kasteel Het Nijenhuis in Heino, waar we nog werden rondgeleid door de toen al zeer bejaarde Dick Hannema. Hij was voor de Tweede Wereldoorlog conservator van museum Boymans van Beuningen in Rotterdam en raakte betrokken bij de affaire Van Meegeren. Deze meestervervalser maakte een aantal “Vermeers”, waaronder de bekende “Emmausgangers”, een kunstschandaal dat na de bevrijding veel opzien baarde. De heer Hannema had zich daarna teruggetrokken in de luwte van kasteel Het Nijenhuis, en daar waren een aantal vervalsingen te bewonderen. Aan de heer Hannema was echter nog altijd te merken, dat hij het niet echt voor waar wilde hebben, dat mede door zijn expertise een vervalsing als een echte Vermeer in het museum had gehangen.

Ook gingen we naar kasteel Bergh, waar we werden rondgeleid door de eigenaar, de onlangs overleden J.H. van Heek. Staphorst hebben we bekeken, maar ook naar bestemmingen in het Duitse grensgebied ging de tocht, zoals de bronnen van de Vecht bij Darfeld, de bedevaartsplaats Eggerode, kasteel Welbergen van de Bertha Jordaan-van Heek Stichting met het in de nabijheid gelegen Stift Langenhorst. Stift Metelen werd bekeken en ook de Düstere Mühle aan de Dinkel, om nog maar enkele bestemmingen te noemen.

Aan het reizen met eigen auto’s kleefden veel bezwaren. Zo is het is moeilijk en soms gevaarlijk om met zo’n groep bij elkaar te blijven.

En twintig jaar geleden hebben we het dan ook voor het eerst anders aangepakt. Een dagtocht per bus, eerst nog niet volledig verzorgd wat betreft koffie en eten. Maar er bleek direct, dat men toch prijs stelde op koffie met gebak (’s ochtends) en een warme maaltijd aan het einde van de dag. Ook wilden deelnemers graag onderweg allerlei bijzonderheden horen over de plaatsen en andere bezienswaardigheden waar we langs reden. En ook daarin hebben we in voorzien. Dat we zoveel mogelijk mooie routes rijden is vanzelfsprekend. En zo is de formule dan ook gebleven.

Er kunnen zich altijd vijftig personen inschrijven. Vaak was er meer belangstelling en het was dan heel vervelend om de mensen te moeten teleurstellen. Het is voorgekomen, dat we een tocht, die we in het voorjaar hadden gemaakt, vanwege de overweldigende belangstelling in de herfst hebben herhaald. Veel meer dan vijftig deelnemers is ondoenlijk. De groep wordt dan te groot. Nu moeten we bij rondleidingen in de regel al splitsen, want gidsen in musea en kastelen vinden vijftig mensen echt te veel. Ook is het moeilijk om voor een grotere groep een leuk koffieadres en een restaurant te vinden. Je komt dan terecht in die grote bruiloftszalen en dat willen we niet. We streven toch naar iets meer gezelligheid en de ervaring leert dat dit ook gewaardeerd wordt.

In financieel opzicht werken we altijd kostendekkend. De gevraagde prijs is inclusief de busreis, koffie met gebak, warme maaltijd, de entreegelden en de eventuele gidsen. Alleen de drankjes zijn voor eigen rekening. Bij de prijsstelling gaan we er vanuit, dat de bus bijna vol is. Het stelt ons dan ook altijd teleur, wanneer mensen op het laatste ogenblik afzeggen of niet komen opdagen. En helaas komt dat voor. Niet alleen had daarvoor in de plaats iemand anders meegekund, maar ook ons prijsplaatje klopt dan niet meer. Wat de koffie en het eten betreft is er soms nog wel een mouw aan te passen. Maar niet elk restaurant is daarin even soepel: “Besteld is besteld” wordt er dan gezegd. En de bus moet in ieder geval betaald worden, ook als die niet helemaal vol zit. Het zou goed zijn wanneer de inschrijvers daar wat meer bij stil zouden staan.

Om u een indruk te geven waar we overal zijn geweest in de afgelopen jaren volgt nu een kleine bloemlezing:

Wasserburg Visschering bij Lüdinghausen; Freckenhorst  met zijn bijzondere kerk; de vesting Bourtange en het voormalige klooster Ter Apel op de grens van Groningen/Drente; Elburg; kasteel De Cannenburgh bij Vaassen; Hattem; Münster; Osnabrück; het Rüschhaus bij Münster /Roxel en de Wasserburg Hülshof (respectievelijk woonhuis en geboortehuis van de dichteres Annette von Droste-Hülshof); Nottuln met de blauwdrukkerij; Mettingen met het Töddenmuseum bij hotel Telsemeijer; Bad Iburg met het slot; Bad Rothenfelde met het langste gradeerwerk van Europa; het middeleeuwse stadje Hattingen aan de rand van het Roergebied; de dom van Keulen; de oude en moderne bedevaartskerk van Neviges; Zutphen met de Walburgkerk; ’s Heerenberg, Zeddam en Doesburg; het openluchtmuseum in Hagen aan de rand van het Sauerland; Klooster Bentlage bij Rheine; Burgsteinfurt, waar we ook werden rondgeleid in de prachtige protestantse kerk; Bevergern met het zogenoemde Nasses Dreieck, (de plek waar het Mittellandkanaal uitmondt in het Dortmund-Emskanaal); Bredevoort in de Achterhoek en kasteel Huis Verwolde; kasteel Raesfeld; Zeche Zollverein en de villa Hügel van de staaldynastie Krupp, beide in Essen; klooster Werden aan de Roer, kasteel Anholt; de Romeinse vesting Xanten; Kleef met zijn barokke tuinen, het museum Koekoek en de Schwanenburg; het textielmusem in Bocholt; slot Cappenberg; het Alte Schiffshebewerk Heinrichenburg; het Neanderthalmuseum; slot Nordkirchen, ook wel het Westfaalse Versaille genoemd. Maar ook privé-personen lieten ons binnen. Zo waren we welkom bij een grote oude boerderij ten zuiden van Münster. Een omgracht complex. Via een ophaalbruggetje kwam je in een Elizabeth-kapelletje, waar met toestemming van de paus op haar feestdag een H. Mis opgedragen mocht worden.

Tot slot onze eerste en laatste excursie met tips om er te komen.

Misschien een idee voor een leuk dagje uit. En voor mensen die er al eens geweest zijn is het eventueel aanleiding om nog eens een keer te gaan.

Het jachtslot Clemenswerth bij Sögel was onze eerste bestemming en later zijn we er nog een keer geweest. Dit jachtslot in het Emsland werd ontworpen door de beroemde architect Schlaun, die in Westfalen veel barokke paleizen heeft gebouwd, onder meer ook het slot in Münster en in Ahaus. Clemenswerth werd gebouwd voor de Münsterse vorstbisschop Clemens August (1700-1761), een telg uit het Beierse vorstenhuis Wittelsbach. Het complex bestaat uit een centraal paleis met daar omheen paviljoenen en een kapel. En uiteraard een paardenstal voor honderd Engelse jachtpaarden, want de bisschop ging graag op jacht. De streek daar heet de Hümmling , een bosrijke enclave in een moersgebied.

Sögel vindt u op de kaart vanaf Denekamp, Nordhorn, Lingen, Haselünne en dan noordwaarts, halverwege de weg naar Papenburg.

Op de route daar naar toe kunt u ook een kijkje nemen in het Emsland Moormuseum in Gross Hesepe. Er liggen bovendien diverse hunebedden in deze streek, zoals het Königsgrab bij Gross Berssen, dat in de oorspronkelijke staat werd hersteld. Zeer bijzonder is ook de gecombineerde wind- en watermolen bij het dorpje Hüven, dat u op de kaart kunt vinden ten zuiden van Sögel.

De kerk van Ladbergen, die op 5 september 2004 werd

Bezocht door leden van de HKL. (foto Herman ten Brake)

Onze laatste excursie was op zondag 5 september j.l. We brachten een bezoek aan Varusschlacht, museum en park Kalkriese ten noorden van Osnabrück. Opgravingen hebben aangetoond dat daar in het jaar 9 na Christus de beslissende slag plaats vond in het Teutoburgerwoud, waarbij de Romeinen werden verslagen door de Germanen en zich daarna terugtrokken achter de Rijn.

U rijdt in Oldenzaal de autobaan op, richting Osnabrück. Bij het knooppunt Lotte gaat u richting Bremen en u verlaat de autobaan bij de afslag Bramsche. Vanaf daar staat met bruine borden aangegeven: Varusschlacht. Het complex is geopend vanaf 10 uur ’s morgens.

Vandaar uit zijn we via de stad Bramsche naar Recke (Töddendorp) gereden en dan via een mooie “groene” route naar het voormalige klooster Gravenhorst, gelegen vlak aan de autobaan bij Hörstel. De restauratie van dit voormalige Cisterciënzer nonnenklooster is onlangs gereed gekomen. Het hele complex ligt er prachtig bij. De abdijkerk is zeer de moeite waard. Het kloostergebouw doet nu dienst als expositieruimte voor moderne kunst. Opmerkelijk is ook het kerkhof met fraaie, zeer oude grafstenen en ook gietijzeren grafkruizen uit de 19e eeuw. Op de 1e en 3e zondag van de maand is er om 14 uur een openbare rondleiding.

Vanaf Gravenhorst zijn we via Riesenbeck en Saerbeck naar Ladbergen gereden. Het restaurant Möllers Hof, midden in het dorp bij de bijzondere protestantse kerk was in alle opzichten prima. Het is een grote witte vakwerkboerderij met een originele deel uit 1779. Via de mooie route Saerbeck, Emsdetten, Wettringen, Rothenberge, Ochtrup, Gronau, kwamen we weer in Losser.

1 mei optocht 1937 in Overdinkel

Bij het lezen van het inleidende hoofdstuk van”Op en om een klein stationnetje…” (G.W.Th. van Slageren, uitgave Historische Kring Losser, 2003) en met name de paragraaf over ‘Sociale onrust en De Slag om Losser’, schoot het mij te binnen dat ik in mijn archief een document had over de aanvraag bij de Burgemeester van Losser, van het meicomité Overdinkel, voor het houden van een 1 mei optocht op zaterdag 1 mei 1937.

A.F. de Jongeburcht

Ondanks de slag die de socialisten ( in de volksmond de ‘rooien’) uit Enschede op zondag 20 mei 1894 in Losser met de Lossernaren voerden, hebben de socialisten kans gezien om in Losser en Overdinkel verschillende verenigingen en afdelingen op te richten. Ook mijn voorouders waren rood en zeer met de SDAP en de latere PVDA begaan.

Bij mijn opa (Frans de Jong 1886-1958) in Overdinkel stonden op 1 mei de rode tulpen op tafel. Door de grote werkloosheid en de verveling die veel werklozen parten speelde, kwam in februari 1933 bij de arbeidersbeweging het idee naar voren te proberen in Overdinkel een eigen gebouw te verwerven. Verschillende organisaties en verenigingen verleenden hun medewerking, o.a. de SDAP, Textielarbeiderorganisatie “De Eendracht”, SDVC, organisaties van Bouwvakkers, Landbouwers en fabrieksarbeiders, VARA, N.V.t A v.A.D, JVO en de zangvereniging “Ontwaakt”. Op 23 december 1933 kon het gebouw, genaamd “Ons Huis”, worden geopend. Later werd de naam gewijzigd in “De Trefhoek”.

Maar nu naar het document van 1937.

M. van Aarsen, secretaris van het mei comité te Overdinkel, wonende O 446, verzocht aan de burgemeester van Losser om op 1 mei een optocht te mogen houden.

De opstelling zou plaats vinden voor “Ons Huis” te 19.00 uur en de route die werd gevolgd was Schoolweg, Achterweg (nu Kerkhofweg) richting Provincialeweg Overdinkel- Losser (Hoofdstraat), RK school.

Terug via Provincialeweg richting grens tot Stoevenbeld, vanwaar terugkerend naar het gebouw “Ons Huis”. De ontbinding zou plaats vinden uiterlijk om 20.50 uur.

Meegevoerd werden transparanten met het opschrift “Tegen Oorlog en Fascisme, voor Wereldvrede en Democratie” (met de oorlog 1940-1945 voor de deur was deze oproep naar mijn menig nog niet zo slecht) en “Voor het Plan en Democratie”. (Met het plan werd bedoeld een plan van de arbeid).

Verder werden meegevoerd de vaandels van de muziekverenigingen “Kunst na Strijd” te Losser en de “Eendracht” te Overdinkel, planvlaggen van de bestuurdersbonden uit Losser en Overdinkel. Vlag van de SDAP afd. Overdinkel, vlag van de textielarbeidersbond afd. Overdinkel, vlag zangvereniging “Ontwaakt” afd. Overdinkel, vlag Nederlandse Vereniging tot Afschaffing van Alcoholhoudende Dranken afd. Overdinkel en enkele kleine vlaggen zonder politieke kleur of richting.

Al bij al een hele optocht!

Burgemeester Van Helvoort vroeg aan de chef veldwachter Bourgonje om advies. Deze stelde vast dat de meegevoerde transparanten en leuzen niet vielen onder het uniform verbod, zodat van politiezijde geen bezwaar bestond tegen het verlenen van de vergunning.

Op de laatste dag voor de optocht, 30 april 1937 werd de vergunning verleend.

Naast de toestemming zoals die was aangevraagd, werden er een aantal beperkingen opgelegd.

Er mochten geen spreekkoren worden gevormd en geen verder geschreeuw of geroep in de optocht plaatsvinden. Geen bel of sirene of ander geluid of geraas mocht worden gebezigd.

Geen geluidversterkende middelen of beledigingen of krenkende uitlatingen, ten opzien van openbaar gezag of dragers daarvan.

De muziekkorpsen werden naar believen van de dienders opgesteld. Stilte op 200 meter van de kerken. De SDAP Overdinkel werd verantwoordelijk gesteld voor het nakomen van de verordening en het in het openbaar dragen of voeren van kleding of opzichtige onderscheidingstekens welke uitdrukking zijn van een bepaald staatkundig streven.

De route kon door de politie tijdens de tocht worden gewijzigd en aanwijzingen moesten onmiddellijk worden opgevolgd. Eventuele schade aan gemeentelijke eigendommen moest door het bestuur van de SDAP Overdinkel worden vergoed.

Was De Slag om Losser, 43 jaar later nog niet vergeten en daarom de strenge regels, of waren de voorschriften regel? Van Helvoort kunnen we het niet meer vragen!

Of de optocht vredig is verlopen is mij niet bekend, maar dat zal wel.

De beperking om te roepen en een spreekkoor te vormen zou nu waarschijnlijk uitgelegd worden als een inbreuk op de vrijheid van meningsuiting en we zouden spreken van een stille tocht.

Dansen in de jaren dertig

“Geachte Ambtgenoot, Ik meen te weten, dat bij u een bepaalde regeling geldt voor het verleenen van dansvergunningen in Uwe gemeente. Daar ook hier verschillende caféhouders doorloopend om de acht of veertien dagen balvergunningen aanvragen, zou ik gaarne van Uwe reegeling kennis willen nemen”, aldus getekend door de burgemeester van Tubbergen op 20 februari 1939. De Geachte Ambtgenoot aan wie dit verzoek was gericht is burgemeester Van Helvoort van Losser.

Thea Evers

Dansen in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw. Als je de films ziet die spelen in de “roaring twenties” en ook de dansfilms uit het decennium daarna, dan krijg je de indruk dat de mensen in die tijd geen andere vrijetijdsbesteding hadden. Toen ik mijn ouders eens vroeg “waar hebben jullie elkaar eigenlijk leren kennen” kreeg ik als antwoord “bij het dansen”. Maar dat antwoord klonk ietwat besmuikt. Als tiener zat je in de vijftiger jaren al klassikaal op dansles dus zei ik dan ook “dat is toch normaal”. Maar ze zeiden alleen maar “dat mocht toen niet altijd hoor”.

Dansen was in alle eeuwen  een geliefde bezigheid van mensen, maar werd ook als aanstootgevend gezien. Zedenmeesters van alle tijden traden er dan ook tegen op. De sensuele spanning van een dans, allerlei bewegingen, vooral in de “draaidansen”, waarbij damesbenen zichtbaar werden, dat alles kon niet door de beugel.

Maar de wals won het van de zedenmeesters. Van het Weense Congres , dat na de val van Napoleon werd gehouden om over de toekomst van Europa te beslissen, werd gezegd “Der Kongress tanzt”. De vorsten en hoogwaardigheidsbekleders brachten meer tijd door in de balzaal dan aan de conferentietafel.

Ook in de Twintigste eeuw bleef dansen omweven met onstuimigheid en losbandigheid en dat werd met bezorgdheid gadegeslagen.

En dan al die nieuwe dansen waarbij heupcontact kon ontstaan, dat was toch uit den boze. De tango was lange tijd verboden. Zoveel onwelvoeglijkheid, dat had ingezonden brieven tot gevolg, met zoals altijd een averechts effect. Een dans die zoveel stof deed opwaaien, dat wilde iedereen zien en erger nog, ook zelf beoefenen. Clandestiene danszalen waren het gevolg.

Maar dansen was natuurlijk niet uit te bannen, daarvoor was het veel te populair. Veel caféhouders stelden dan ook hun lokaliteit beschikbaar voor het houden van dansles en organiseerden ook openbare bals. Daar moest uiteraard een vergunning voor aangevraagd worden. En dat alles was aan strenge regels gebonden. Personen beneden de achttien jaar mochten zich niet inschrijven voor een dansles en de groep mocht niet groter zijn dan veertig personen. “De muziek en dansles zal worden gegeven in een, van het voor het gewone cafébezoek bestemd lokaal, afgescheiden vertrek, hetwelk voor de politie steeds toegankelijk moet zijn”. Er mochten alleen cursisten deelnemen die zich hadden ingeschreven. De lijst met namen was bij de aanvraag voor de vergunning gevoegd en die lijst moest ook in de zaal opgehangen worden. Naam, woonplaats en leeftijd van de danslustige moesten daarop vermeld staan. “Wijzigingen in deze lijst worden slechts bij uitzondering (onderstreept) en op schriftelijk verzoek met aanbieding der lijst aangebracht. Door anderen aangebrachte wijzingen en aanvullingen der lijst maken haar geheel ongeldig”.

En daar werd strikt de hand aan gehouden. Gedoogbeleid stond toen beslist nog niet in het woordenboek. De burgemeester had medegedeeld “dat de politie hierop een streng toezicht zal houden en u er mede te rekenen hebt, dat bij niet nakomen van dezen regel vergunning tot dansen voor geruimen tijd zal worden onthouden”.

“Op zaterdag 2 December 1939 des namiddags om 9 uur bevonden wij Th.M. Bourgonje en Th.J. Bos, resp. chef-veldwachter en veldwachter te Losser, ons in de lokaliteit van J. Heideman, alwaar op dat oogenblik een danscursus werd gehouden. Bij binnenkomst aldaar trok het de aandacht van mij, eerste rapporteur, dat twee personen ijlings de danszaal verlieten. Bedoelde personen, onmiddellijk achtervolgd, werden door mij achter de woning van Heideman aangetroffen”. De caféhouder verklaarde niet te hebben geweten dat er personen aanwezig waren die geen lid waren. Maar “een zekere Renshof, wonende aan de Glane, verklaarde nog te hebben gezien, dat zijn 17 jarig dochtertje Grietje dansend op genoemden cursus was geweest. Bij onzen komst was zij niet meer aanwezig”. Deze vader was het blijkbaar niet eens met het toelatingsbeleid van de caféhouder. De burgemeester was aan de hand van deze politierapporten onverbiddelijk: “waarom ik mij genoodzaakt zie de verleende vergunning in te trekken, die ik u verzoek voor 8 dezer (december 1939) ter secretarie in te leveren”. Caféhouder Heideman kreeg vier dagen de tijd. De caféhouder doet daarna een poging om de danslessen met tien weken tot de zomermaanden uit te breiden, maar de burgemeester deelt kortweg mede, dat hij “geen gronden aanwezig acht”.

Ook bij openbare bals was het toezicht zeer streng. De veldwachters J. Schurink en Th.J. ten Bos maakten een rapport naar aanleiding van het Kerstbal op 26 december 1939 in de “verlofzaak van G.J. Schorfhaar gelegen te de Marke gemeente Losser”.  “Veldwachter ten Bos is voor de verlofzaak binnen gegaan en omreden het ons al eens was gebleken, dat bij binnenkomen van de politie personen door een achter- of zijdeur de danszaal verlieten, heb ik (Schurink) mij aan de zijdeur van die danszaal opgesteld. Toen ik daar eenige oogenblikken had gestaan, tot Bos kon binnen wezen, werd de zijdeur opengegooid en kwamen vier meisjes vanuit die danszaal naar buiten loopen en liepen in de richting van de privaten, blijkbaar met de bedoeling om zich aldaar te verstoppen. Deze vier meisjes zijn door mij (Schurink) staande gehouden en gaven mij desgevraagd op te zijn genaamd … Uit bovenstaande opgave blijkt dat deze vier meisjes den leeftijd van 18 jaar nog niet hadden bereikt”. De caféhouder is er op aangesproken, maar hij beweert dat hij en zijn kinderen bij het binnenkomen van het publiek streng gecontroleerd hebben en dat de vier meisjes door een zijdeur moeten zijn binnengekomen. Het wordt helemaal een rel als ook nog een zoon van een raadslid zich met de zaak gaat bemoeien. “Zijn vader heeft gezegd dat meisjes beneden den 18 jaar gerust in de danszalen aanwezig mochten zijn, mits onder toezicht of geleide en volgens zijn zeggen waren die vier meisjes onder toezicht. Volgens deze jongen was zijn vader met dergelijke bepalingen goed op de hoogte”. De dansvergunning wordt tot 1 juli 1940 ingetrokken. De heer Schorfhaar gaat in de verdediging. In eerste instantie geeft hij aan al het mogelijke te hebben gedaan. Hij heeft een biljet opgehangen met de mededeling dat personen jonger dan 18 jaar geen toegang hebben en bij twijfel heeft hij “hun onherroepelijk den toegang geweigerd”. Hij is dan ook van mening dat niet hij strafbaar is, maar de “personen die beneden den vastgestelden leeftijd aanwezig waren”. Hij hoopt dan ook dat de burgemeester tot inkeer zal komen “en dat het toch ook niet uw bedoeling kan zijn mijn zaak te gronde te richten”.  De burgemeester geeft geen krimp en noteert dat hij de zaak over enkele maanden nog eens zal bezien. Maar ook de caféhouder weet van geen wijken en wijst nogmaals op de gevolgen van deze maatregel. “Wanneer ik de volgende maand geen Bal kan houden ben ik onherroepelijk de muziek kwijt want die zullen bij een andere caféhouder gaan spelen en het gevolg is dat die tevens het publiek van mij meenemen. Alles bijeen genomen beteekent dit een aanmerkelijk financieel verlies en de kans dat mijn zaak voor openbaar bal totaal verloopt. De burgemeester kan de argumentatie echter geenszins delen, men is voldoende gewaarschuwd. “Ik kan slechts overwegen wat ik u ook heb toegezegd, den termijn te bekorten”.

Hoe het verder met het bal bij Schorfhaar is afgelopen wordt uit de stukken niet meer duidelijk. Op 10 mei 1940 vallen de Duitsers binnen en als in juni/juli weer aanvragen voor dansavonden binnenkomen, weigert de burgemeester. Het vaderland is in rouw gedompeld als gevolg van de Duitse inval, soldaten zijn gesneuveld of worden nog vermist en hij vindt het dan niet passend om balvergunningen af te geven.

Duidelijk is wel dat burgemeester Van Helvoort het “dansprobleem”, waarbij blijkbaar ook regelmatig vechtpartijen voorkwamen, goed in de hand had. Hij kan zijn collega uit Tubbergen dan ook berichten dat hij “uitsluitend vergunning verleent op den laatsten Zondag der maand”. Het aantal vergunningen kan op zo’n zondag oplopen tot een twintigtal. “Doordat alle zaken tegelijk laten dansen wordt de trek tusschen de verschillende buurtschappen opgeheven en is de bron van vechtpartijen, die vroeger herhaaldelijk voorkwamen, weggenomen. Valt den laatste Zondag der maand in vastentijd, dan wordt een anderen Zondag aangewezen, doch steeds voor allen dezelfde”.

Verder werd er op zondag geen gelegenheid tot dansen gegeven. “Elke vereeniging krijgt eenmaal per jaar op haar jaarfeest gelegenheid tot dansen, maar niet op Zondag. Ook dansclubs krijgen eenmaal voor het zgn. slotbal deze gelegenheid”.

Hij besluit zijn schrijven aan de burgemeester van Tubbergen : “Bij hooge uitzondering en zeer tegen mijn zin heb ik den laatsten tijd voor een besloten club wel eens van den regel afgeweken om op een Zondag toestemming tot dansen te verleenen, omdat men aantoonde, dat veel leden in nachtploegen werkten en anders niet konden komen. In dit geval eischte ik publicatie, dat het café voor het publiek gesloten zou zijn”.

En met dit alles kon de geachte collega in Tubbergen zijn voordeel doen.

Losser St.  Josephsgebouw

Dat er ook andere redenen waren om een dansvergunning niet te verlenen blijkt uit het nu volgende rapport.

Naar aanleiding van bijgaand verzoek van het bestuur der R.K. Werklieden vereeniging “St. Joseph”te Losser, om te beginnen op Zaterdag 7 October 1933, een dans cursus te mogen houden, heb ik, Th.M. Bourgonje, Chef gemeente veldwachter, de eer U Edel Achtbare beleefd te berichten, dat de localiteit zeer primitief voldoet aan de bepalingen van het dansbesluit, er is n.l. buiten op het erf, een toilet gelegenheid voor heeren geplaatst, waarin een privaat waarop geen deksel is, en welk privaat er op het oogenblik bij controle erg onzindelijk uitzag. Aangedroogde facalien zaten op den bril.

De danslesssen staan onder leiding van Julius Bos, wonende M.475.

Losser, 5 October 1933

De Chef-veldwachter Th.M. Bourgonje

Bron: Gemeentearchief Losser.

De Twentecollectie van de Openbare bibliotheek Enschede

De centrale bibliotheek in Enschede bezit een bijzondere en veelzijdige historische verzameling publicaties over Enschede en Twente, die deels wordt uitgeleend.

Na de Tweede Wereldoorlog is men gestart met het verzamelen van boeken en andere materialen over Twente. De collectie was (en is) bedoeld als “bewaarcollectie”, dat wil zeggen dat de basiscollectie niet wordt uitgeleend, maar alleen ter inzage wordt gegeven. Men wilde zoveel mogelijk boeken en andere materialen over Twente verzamelen en voor het nageslacht behouden.

Naast het exemplaar voor deze “bewaarcollectie”, werden er van veel boeken ook een of meerdere exemplaren aangeschaft die wel worden uitgeleend. In totaal omvat deze Twentecollectie nu zo’n 12000 afzonderlijke titels, die deels dus ook kunnen worden geleend.

Enkele voorbeelden van het materiaal in de Twentecollectie

Kranten

Naast de reeds genoemde boekencollectie, is het belangrijkste bezit het regionale dagblad Tubantia op microfiche. Vanaf 1872 tot heden is deze krant te raadplegen. Er kan ook een copie worden gemaakt. Op de microfiches staan alle regionale edities, dus ook die van bijvoorbeeld Almelo, Hengelo en Oldenzaal en zelfs van de Achterhoek. Ook beschikt de bibliotheek over microfiches van de Nieuwe Hengelosche Courant (1886-1945) en het Hengelo’s Dagblad (1946-1982), de Hengelose editie van Tubantia. Vanaf april 1945 tot september van dat jaar had Tubantia  verschijningsverbod. Deze periode wordt opgevuld met microfiches van de Twentse Waarheid en het Hengelo’s Dagblad. Uit de bevrijdingsperiode is er bovendien een hoes met microfiches getiteld “Dutch underground press”.

Ook bezit de centrale bibliotheek nog enkele gebonden exemplaren van  een aantal andere historische kranten als bijvoorbeeld de Enschedesche Courant, de Overijsselsche Courant en de Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant. Het betreft een aantal jaargangen uit de 19e eeuw.

Deze kranten zijn natuurlijk een prachtige bron om allerlei gebeurtenissen uit het verleden van ons dorp op te diepen, waarbij het vroeger ook de gewoonte was om de zaken veel uitvoeriger te beschrijven dan tegenwoordig en veel meer details te vermelden.

Documentatiemappen

Tot 1989 zijn er documentatiemappen aangelegd met knipsels uit de regionale dagbladen. Toen werd het kostenplaatje van dit arbeidsintensieve werk helaas te hoog en is dit gestaakt. De collectie is uiteraard wel bewaard en kan ook ingezien worden. De beginperiode ligt ook hier na de Tweede Wereldoorlog.

Een uitzondering hierop vormen de knipselboeken over de grote Textielstakingen, in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw, een zeer bijzondere historische bron.

Tijdschriften

Er zijn diverse tijdschriften over Twente aanwezig die ook worden bewaard. Daar zijn zeer zeldzame  uitgaven bij, als bijvoorbeeld Van Eigen Erf: het geïllustreerde familieweekblad voor Overijssel en Drente. Aanwezig zijn de jaargangen 1927 t/m 1941. Maar ook bladen als De Mars: maanblad van en voor Overijssel (1953-1981), de Twentse Post (1962-1971) en Twenteland en leu en sproake : moandblad veur ’t Twentse gezin (1956-1961) bevinden zich in de collectie. En op taalkundig gebied vindt u bijvoorbeeld de Moespot en de Driemaandelijkse bladen.

Een kleine bloemlezing van bijzondere titels:

*De cameraarsrekeningen van Deventer; uitgegeven in 1888 door de toenmalige archivaris van Overijssel J.I. van Doorninck, zijn een bijzondere bron voor de geschiedenis van de 14e eeuw in Twente.

*Het jaarboekje van de provincie Overijssel (1832- ), voortgezet als Almanak voor de provincie Overijssel, een uitgave waarin  allerlei gegevens te vinden zijn over onze  gemeente.

*De uitgaven van de Vereniging tot beoefening van Overijsselsch Regt en geschiedenis, vanaf 1860. Deze worden deels ook uitgeleend.

*Textielhistorische bijdragen vanaf 1959.

*Arbeidsenquête van 1890, waarin de (erbarmelijke) situatie in kaart werd gebracht van de arbeiders, voornamelijk werkzaam in de textielindustrie. Interviews met fabrikanten, arbeiders, doktoren enz. Zo staat er een interview in met kapelaan Ariëns, maar ook een toen bekende vakbondsleider als Bennink komt aan het woord.

*Ru Basse. Hoog aan de wind : de ( sleutel)roman over de fabrikantenkringen in de dertiger jaren. De centrale bibliotheek bezit ook een uitleenbaar exemplaar.

Voor de genealogen

Naast een computer met allerlei genealogische bestanden, die gratis geraadpleegd kunnen worden, bevinden zich in de Twentecollectie heel veel naslagwerken met daarbij het Nederland’s adelsboek en het Nederland’s patriciaat. Een bijzonder bezit op dit gebied is ook het tijdschrift De Nederlandsche Leeuw (vanaf 1906) en de Navorscher (1851-1960). De Navorscher is ook compleet aanwezig op drie Cd-rom’s die uitleenbaar zijn. In deze categorie is tevens vermeldenswaard het Wapenboek van den Nederlandschen adel (1883) en het Stam- en wapenboek van aanzienlijke Nederlandsche familiën.(1885)

Vragen

Maar meer nog dan al deze titels geeft een blik op de vele vragen die worden gesteld een indruk van de gevarieerdheid van deze Twentecollectie:

Ook hiervan een kleine bloemlezing:

*Bestaat er ook een boek over de fabrikantenvrouwen in de Twentse textielindustrie?

*Kunt u mij vertellen of er ook boeken zijn die in mijn woonplaats spelen? Het mogen ook gedichten zijn.

*In verband met de Twentse geschiedenis hoorde ik het woord “Socialistenslag”. Ik kon niet navragen wat hiermee bedoeld wordt. Kunt u mij verder helpen?

*Ik zou graag iets meer willen weten over het landgoed De Hoge Boekel en over het huis dat er staat.

*Ik heb wel eens gehoord, dat de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog de “Jodensterren” hebben laten weven in Enschede en ook nog bij een Joodse textielfabriek. Klopt dat verhaal?

*Mijn grootouders woonden vroeger in de Dr. Schaepmanstraat in Glanerbrug. Maar die straat bestaat daar niet en toch weet ik zeker dat het zo was. Ik heb brieven, gericht aan dat adres. Hoe kan dat nou?

*Ik zou graag een overzicht willen hebben van alle stakingen die er in Twente geweest zijn.

*Ik woon in Losser aan de Allemansweg. Wat betekent die naam eigenlijk?

Zo maar een kleine bloemlezing uit de vele vragen die gesteld worden en die met behulp van de Twentecollectie zijn te beantwoorden.

Bent u nieuwsgierig geworden en wilt u zelf eens een kijkje komen nemen dan volgen hier nog enkele praktische tips:

De Centrale bibliotheek in Enschede is gevestigd aan de Pijpenstraat 15 (de achterkant van het winkelcentrum Zuidmolen), hartje stad en goed bereikbaar met auto (parkeergarage Zuidmolen) en met het openbaar vervoer, 5 minuten vanaf het station of de centrumbushalte. De openingsuren zijn zeer ruim, maandag t/m vrijdag van 11.00-20.30 uur en zaterdag van 11.00-16.00 uur.

De bibliotheek is gratis toegankelijk en ook de Twentecollectie is gratis te raadplegen. U kunt daarvoor terecht bij het Informatiebureau op de 1e etage. Vanwege het bijzondere materiaal zal men u echter wel om een bibliotheekkaart of ander legitimatiebewijs vragen. U kunt dus niet zomaar vrij snuffelen in de collectie, maar men is graag bereid om te helpen en de werken die u wilt raadplegen uit het magazijn te halen.

Het uitleenbare gedeelte is wel vrij toegankelijk. Wilt u daaruit boeken lenen, dan moet u natuurlijk wel lid zijn van de bibliotheek in Enschede.

Zie voor verdere informatie www.obenschede.nl

Het is natuurlijk ondoenlijk om in een kort bestek deze bijzondere collectie volledig te beschrijven. Voor historisch geïnteresseerden is dit echter een grote schat en het is zeker de moeite waard om eens een bezoek te brengen aan de Openbare bibliotheek Enschede.

De redactie