Het erve Nijlant wordt al genoemd in het Schattingsregister van 1475 en was een leen van Arend van Rodenberghe van het Gut Ruenberg. In 1601 is het een volgewaard erf en is in het bezit van het “Huis te Gronoue”. Het Schoapsschot bij de toegang tot het erve staat op plinten van Bentheimer zandsteen en dateert uit 1803. De kapitale boerenbehuizing, waarvan “het vierkante werk”, de gebinten, dateert uit de tweede helft van de achttiende eeuw, was oorspronkelijk opgetrokken in vakwerkstijl en doet in eerste instantie niet vermoeden, dat het hier nog steeds gaat om een zogenoemd “Saksisch Hallenhuis”.