Archief 'Het meisje in de Froenstraat' ...

en andere Lossernaren

het meisje in de Froenstraat Klaas Benschop en Grady Benschop-Hogebrink
Foto van de maand oktober 2006

Onder de titel ‘Het meisje in de Froenstraat’ is de Historische Kring Losser in april 2004 begonnen aan een project dat op 1 november 2005 heeft geleid tot de uitgave van een zeer bijzonder (foto)boek.
In de jaren 1979 tot 1995 maakte ons lid de heer Norbert Klein, destijds actief in de - helaas ter ziele gegane - ‘Hifo’ (Historische Fotoclub Losser), een serie van meer dan honderd portretten van bekende en minder bekende Lossernaren.
Het boek, waarvan in 2 drukken, ruim 900 exemplaren beschikbaar waren was binnen een halfjaar uitverkocht. Daarom tonen wij nu elke maand een andere foto uit het boek, met de bijbehorende tekstpagina.
In het archief zijn de namen van de geportretteerden opgenomen.

In de maand oktober 2006 was de beurt aan: Klaas Benschop en Grady Benschop-Hogebrink

Klaas Benschop werd geboren op 10 november 1937 in Utrecht. Als vijftienjarige knaap kwam hij naar het oosten om aan te sterken en hij kreeg werk bij groenteboer Timmerman in Losser. Die winkel stond aan de Markt, het huidige Bonkenhoes. De eerste dag moest hij de stal uitmesten en hij vertelde het thuisfront meteen dat hij weer naar huis wilde. Maar toen bleek dat de stal maar één keer per maand werd uitgemest, dus dat viel mee. En verder had hij het geweldig getroffen. Met een karretje op drie wielen ging hij groente en fruit bezorgen.
Grady Hogebrink werd geboren op 28 juni 1931, als dochter van Sjoerd, de kruidenier aan de Gronausestraat. Haar opa en oma woonden oorspronkelijk in de daar gelegen “kerkenwoningen” en verkochten vanuit hun huis losse “petrolie”. Opa Hogebrink waagde de stap en liet naast het huis een winkel bouwen. Tijdens de bouw scheurde hij een long en dat leek het einde van de nieuwe toekomstplannen, maar opoe zei: “Vedan, ’t leven geet deur”. Grady’s vader Sjoerd nam later de winkel van zijn moeder over en als kind zorgde Grady al voor de bezorging aan huis. Na schooltijd werden haar fietstassen volgepropt en zo ging zij de boer op. Later bezorgde ze met paard en wagen en zo kwam ze een ander bezorger tegen. Dat was op een route door de tegenwoordige Molenstraat en tussen Klaas en Grady was het direct “dikke mik”. Na vijf jaar bij Timmerman gewerkt te hebben volgde voor Klaas de militaire dienst. In die tijd werd Sjoerd Hogebrink ziek en hij wilde weten wat Klaas na zijn diensttijd ging doen. Dat was nog niet duidelijk en toen hakte Sjoerd de knoop door: “Wat zou je zeggen als je de sinaasappels straks verruilt voor de koffie en suiker?” Klaas ging dus werken bij Hogebrink en toen Sjoerd in 1959 overleed trouwden Grady en Klaas en namen samen de winkel over. De goede band met Timmerman bleef altijd bestaan. Klaas trouwde vanuit hun huis. In het pand aan de Gronausestraat “deed” Grady de winkel en Klaas haalde bij de mensen de boekjes op, waarin zij hun bestellingen hadden genoteerd. ’s Middags werden de boodschappen dan bezorgd. Dat was altijd heel dankbaar werk, vooral bij de ouderen. “Goddank da’j d’r bint Klaas, ie bint de eerste die’k disse week zee” zeiden ze vaak. En dan was Klaas wel bereid om eens iets extra’s te doen. Vlees haalde hij wel bij de buurman, het brood bij de bakker aan de overkant en de groente en het fruit iets verderop in de straat. Het was een leven van “vroeg uit de veren, laat onder de wol en op zondagmiddag de boekhouding bijwerken”. Toen later de grote supermarkten kwamen moesten zij zich ook voortdurend afvragen: “Kan het nog wel?” De naam “Zelfbedieningswinkel” op de pui werd weer veranderd in “Bedieningswinkel” en de klanten waardeerden dat. Kwaliteit en een praatje werd op prijs gesteld. De verplichte winkelsluiting was inmiddels onder druk komen te staan en de winkels gingen langer open. Klaas en Grady deden daar niet aan mee. Tussen de middag bleven ze een uurtje dicht en ook de dinsdagmiddag bleef de deur op slot. En twee weken vakantie moest er ook in zitten want “als we het in vijftig weken niet kunnen verdienen, kunnen we het ook niet in tweeënvijftig”. In 1995, toen Grady met pensioen ging, besloten ze dat het goed was geweest en er kwam er een einde aan het drukke bestaan in de winkel. Het echtpaar ging op de Hofkamp wonen, maar bleef actief binnen de Losserse gemeenschap. Grady was en is betrokken bij de toneelvereniging de Rommelpot. Ze staat al zesenvijftig jaar op de planken. Voor de Tweede Wereldoorlog had ze als zevenjarige haar eerste toneelervaring opgedaan en in 1948 werd ze lid van de protestantse toneelvereniging “Ons Genoegen”. In 1972 behoorde ze tot de medeoprichters van de Rommelpot. Het liefst speelt ze in een blijspel of een klucht, waarin echt gelachen kan worden.
Klaas was twintig jaar bij de brandweer en vanaf zijn vijfenvijftigste jaar is hij actief binnen de club van oud-brandweerlieden. In die hoedanigheid controleert hij nog elke maandagavond brandputten. Twee jaar lang was hij beheerder van Ons Gebouw en op woensdag is hij nog altijd te vinden bij de schoffelploeg op het hervormde kerkhof. Hij sluit de week af op zaterdag als vrijwilliger in het Grand Café van het verpleeghuis.
Klaas is overleden op 19 oktober 2015.