Archief 'Het meisje in de Froenstraat' ...

en andere Lossernaren

het meisje in de Froenstraat

 

Marinus Bolhaar
Foto van de maand mei 2007

Onder de titel ‘Het meisje in de Froenstraat’ is de Historische Kring Losser in april 2004 begonnen aan een project dat op 1 november 2005 heeft geleid tot de uitgave van een zeer bijzonder (foto)boek.

In de jaren 1979 tot 1995 maakte ons lid de heer Norbert Klein, destijds actief in de - helaas ter ziele gegane - ‘Hifo’ (Historische Fotoclub Losser), een serie van meer dan honderd portretten van bekende en minder bekende Lossernaren.

Het boek, waarvan in 2 drukken, ruim 900 exemplaren beschikbaar waren was binnen een halfjaar uitverkocht. Daarom tonen wij nu elke maand een andere foto uit het boek, met de bijbehorende tekstpagina.
In het archief zijn de namen van de geportretteerden opgenomen.

In de maand mei 2007 was de beurt aan: Marinus Bolhaar

Marinus Bolhaar werd geboren op 30 augustus 1913 in Zuid Berghuizen, toen nog gemeente Losser. Hij ging in Oldenzaal naar de lagere school en vervolgens twee jaar naar het Twents Carmellyceum. Zijn verdere schooljaren bracht hij door op een kostschool in Tilburg.
Daar doorliep hij het Gymnasium.
Hij werkte vijfenveertig jaar lang in dienst van de gemeente Losser, waar hij in 1933 begon als volontair en alle afdelingen moest doorlopen. In het oorlogsjaar 1944 volgde hij een cursus gemeenteadministratie, maar in die bezettingstijd deed hij ook hele andere dingen. Vanaf 1943 was hij betrokken bij de illegaliteit. Hij opereerde onder de schuilnamen Berghuizen en van Dijck. Zijn werk bestond in hoofdzaak uit het vervalsen van persoonsbewijzen en andere documenten en het helpen van de geallieerde piloten, die door de Duitsers waren neergeschoten. Op zo’n valse “Bescheinigung” stond dan bijvoorbeeld, dat iemand in dienst van de gemeente werkte en daarom van andere “Einsatz” was vrijgesteld en dat zijn fiets niet in beslag genomen mocht worden. Kort voor de bevrijding werd zijn huis aan de toenmalige Lutterstraat gevorderd voor het plaatsen van een zendinstallatie.Toen de Duitsers aanklopten lag de tafel vol valse papieren. Het tafelkleed werd er overheen gelegd en gelukkig hadden ze niets in de gaten. Marinus Bolhaar werd wel een keer verraden door een anoniem briefje. Maar de plaatselijke landwachter deed de zaak gelukkig af met de opmerking: “Op anonieme meldingen reageer ik niet” en hij ondernam verder geen actie. Op 25 maart 1944 werd Marinus Bolhaar commandant van de BS-SG (Binnenlandse Strijdkrachten-Strijdend Gedeelte) in Losser. Tot 13 april 1945 had hij de leiding van deze groep en van 3 april tot 13 april van het bevrijdingsjaar stond hij ook aan het hoofd van de gemeente. Een verzoek van het Militaire Gezag, alsmede van een door het gehele SG ondertekende petitie om het bestuur van Losser als waarnemend burgemeester op zich te nemen wees hij af. Hij ambieerde deze baan niet. Tot augustus 1945 heeft Marinus Bolhaar de lopende SG-zaken behandeld en daarna zijn werkzaamheden als ambtenaar ter secretarie hervat. Hij werd uiteindelijk chef Algemene Zaken en dat zou hij vierendertig jaar lang blijven.
Zijn verzetswerk werd onderscheiden met een “Eisenhower certificate Award 5”, een insigne met kruis van generaal Dwight D. Eisenhower hoofd van de Allied Expeditionary Force (het geallieerde expeditieleger dat de landing op de kust van Normandië uitvoerde). De onderscheiding was bestemd voor alle Nederlandse burgers die de geallieerden gedurende de Duitse bezetting hulp hadden verleend. Op 7 november 1947 werd hem op de Franse ambassade in Den Haag een onderscheiding van generaal De Gaulle uitgereikt. Een Koninklijke onderscheiding wees hij later van de hand. Er waren zoveel mensen die harder moesten werken dan hij en die verdienden het dan ook veel meer, zei hij. Dit paste bij hem, want alles wat hij gedaan had en nog deed, gebeurde in stilte. Hij schuwde de publiciteit.
Marinus Bolhaar had zijn vrouw, Maria Wittler, leren kennen in Oldenzaal in Hotel Kempers, waar hij samen met zijn broer wel eens een borreltje dronk. Als vader was hij altijd heel duidelijk: “Alles kon en mocht, maar vaders wil was wel wet”.
Na vijfenveertig dienstjaren bij de gemeente Losser ging hij in 1978 met pensioen. Op jacht gaan was een grote hobby en ook het werken in de tuin vond hij prachtig. Dat was al zo toen hij nog van het gemeentehuis kwam: “De oale kleer’n an” en dan de tuin in.
Hij waardeerde het zeer dat na zijn pensionering zijn collega’s hem trouw bleven. Ze kwamen met verjaardagen en ook gewoon regelmatig een kopje koffie drinken. Hij sprak nooit over zijn verzetswerk, maar mensen van zijn generatie droegen die oorlogservaringen wel hun hele leven met zich mee. In zijn laatste levensjaar kwam het toch weer boven en dan zei hij af en toe: “Ik had een nachtmerrie van de oorlog”.
Een dag voor zijn overlijden zei hij tegen zijn kinderen: “Ik ben een gelukkig mens, ondanks alles”.
Marinus Bolhaar overleed op 16 januari 1997.