Archief 'Het meisje in de Froenstraat' ...

en andere Lossernaren

het meisje in de Froenstraat

 

Frits Brilman
Foto van de maand september 2007

Onder de titel ‘Het meisje in de Froenstraat’ is de Historische Kring Losser in april 2004 begonnen aan een project dat op 1 november 2005 heeft geleid tot de uitgave van een zeer bijzonder (foto)boek.

In de jaren 1979 tot 1995 maakte ons lid de heer Norbert Klein, destijds actief in de - helaas ter ziele gegane - ‘Hifo’ (Historische Fotoclub Losser), een serie van meer dan honderd portretten van bekende en minder bekende Lossernaren.

Het boek, waarvan in 2 drukken, ruim 900 exemplaren beschikbaar waren was binnen een halfjaar uitverkocht. Daarom tonen wij nu elke maand een andere foto uit het boek, met de bijbehorende tekstpagina.
In het archief zijn de namen van de geportretteerden opgenomen.

In de maand september 2007 was de beurt aan: Frits Brilman

Frits Brilman werd geboren op 3 december 1917 in Losser. Na de lagere school ging hij drie jaar lang naar de ambachtsschool in Enschede voor de opleiding motorvoertuigentechniek. Tijdens de economische crisis in de dertiger jaren was er moeilijk werk te krijgen. Frits ging aan de slag bij zijn oom in Overdinkel, die een busbedrijf had. Hij werkte daar drie jaar lang voor één gulden per week. Door het volgen van avondonderwijs en thuisstudie haalde hij acht verschillende diploma’s, variërend van motorrijwielhandel tot garagehouder. Met achttien jaar ging hij in militaire dienst “voor zijn nummer”, zoals mensen van zijn generatie nog altijd beklemtonen, dat wil zeggen verplicht en niet vrijwillig. Daarna ging hij werken bij een Citroëndealer in Enschede, waar hij voor zijn twintigste jaar al chefmonteur werd. Tijdens de inval van de Duitsers in mei 1940 nam hij vijf dagen deel aan de strijd en daarna kwam hij als gevangene in een kazerne terecht. Je werd pas vrijgelaten als je werk had en hij vroeg zijn oom om hulp. Die stuurde een brief met de mededeling dat hij een baan voor hem had en zo kwam Frits weer vrij. Dat werk bestond uit het vervoer van grensarbeiders naar Duitsland, eerst naar Nordhorn en later naar Schüttorf, ’s morgens heen en ’s avonds weer terug. Verder had hij de hele dag niets te doen en hij ging op zoek naar andere bezigheden voor overdag. In Schüttorf was een garage die hem wel als fietsenmaker in dienst wilde nemen. Frits nam het werk aan en na één week repareerde hij al auto’s. Al snel gaf hij leiding aan tien Duitsers, een hoogst merkwaardige situatie voor iemand uit het bezette gebied. Toen de pendeldiensten werden opgeheven nam hij zijn intrek in een hotel. In die oorlogsjaren leerde hij zijn vrouw (J.C. Ahlers) kennen, de dochter van de buurman van de garage waar hij werkte. Als er bommen vielen zochten ze samen een goed heenkomen en van het een kwam het ander. In 1946 zijn ze getrouwd. Maar dat was in die tijd niet zo eenvoudig. Hij heeft zijn bruid naar Losser moeten smokkelen door de verboden zone. In de oorlog had hij haar al eens meegenomen naar Losser. Gestapolieden aan de grens hadden ook wel eens kapotte auto’s en in ruil voor gratis reparatie knepen ze een oogje dicht. Na de oorlog werd de grens afgesloten en er kwam een verboden strook van circa vijfhonderd meter waar door de Britse militairen met scherp werd geschoten. Frits kende het gebied echter op zijn duimpje en maakte spannende tochten om zijn verloofde te kunnen bezoeken. In 1946 kon hij dankzij de medewerking van de loco-burgemeester van Losser in ondertrouw gaan, maar hij moest zijn aanstaande vrouw wel weer illegaal de grens overhalen. De huwelijksdatum werd bepaald in oktober, om half drie ’s middags. In werkelijkheid werd er getrouwd om tien uur ’s ochtends, omdat de marechaussee het meisje anders van te voren kon inrekenen wegens illegale grensoverschrijding. Om half drie was ze zijn vrouw en dus Nederlandse. Na een week ging het jonge paar weer illegaal naar Schüttorf  voor het kerkelijk huwelijk. De familie van de bruid had ook recht op een feestje. De definitieve terugtocht daarna was de moeilijkste. Met zware koffers met kleren en de uitzet moest het tweetal nu wel over gebaande wegen. Ze werden door de Duitsers aangehouden en wisten de indruk te wekken dat ze op bezoek gingen bij een oom, die zogenaamd in het voormalige theehuisje van Menko in de Bardel woonde. En zo kwamen ze uiteindelijk in Losser.
Frits Brilman begon op 1 juli 1947 een eigen bedrijf in het Teylershuis (nu restaurant De Oude Apotheek). De werkplaats was op de deel en ze woonden aan de achterkant. Hij repareerde fietsen, motorfietsen, tractoren en auto’s. Maar auto’s waren er nog niet zoveel: “er stonden ’s zondags maar twee bij de kerk”. Na tien jaar kon hij een huis kopen aan de Enschedesestraat waar nu nog steeds Garage Brilman is. Hij begon met een klein bedrijf en een benzinepomp. In 1958 werd een nieuwe garage gebouwd en er volgde een showroom. In de kerstnacht van 1988 brandde het geheel af en zo kwam er een nieuwer, ruimer en moderner bedrijf. Na 27 jaar Renaultdealer te zijn geweest zou hij slecht B-dealer mogen blijven en daarom ging hij over op Peugot. Ook kwam er een vestiging in Enschede. Wat begon in het Teylershuis is inmiddels uitgegroeid tot een bedrijf met veertig werknemers, dat nu mede wordt geleid door zijn beide zonen.
In 2010 werd Garage Brilman, gedwongen door de economische crisis, overgenomen door Broekhuis Auto's en verdween definitief uit Losser. Frits Brilman overleed op 31 oktober 2012.