Archief 'Het meisje in de Froenstraat' ...

en andere Lossernaren

het meisje in de Froenstraat

 

Alijd Brink
Foto van de maand oktober 2007

Onder de titel ‘Het meisje in de Froenstraat’ is de Historische Kring Losser in april 2004 begonnen aan een project dat op 1 november 2005 heeft geleid tot de uitgave van een zeer bijzonder (foto)boek.

In de jaren 1979 tot 1995 maakte ons lid de heer Norbert Klein, destijds actief in de - helaas ter ziele gegane - ‘Hifo’ (Historische Fotoclub Losser), een serie van meer dan honderd portretten van bekende en minder bekende Lossernaren.

Het boek, waarvan in 2 drukken, ruim 900 exemplaren beschikbaar waren was binnen een halfjaar uitverkocht. Daarom tonen wij nu elke maand een andere foto uit het boek, met de bijbehorende tekstpagina.
In het archief zijn de namen van de geportretteerden opgenomen.

In de maand oktober 2007 was de beurt aan: Alijd Brink

Alijd Brink werd geboren op 28 augustus 1911 te Amsterdam. Haar moeder had een klein kapitaal geërfd en daardoor waren de jeugdjaren van de oudste kinderen in het gezin min of meer onbezorgd. Haar vader had predikant willen worden maar om niet bekende redenen werd de studie afgebroken en hij kwam terecht op de boekhoudafdeling van een groot kantoor. Alijd heeft haar eigen leven beschreven in het boekje “In het langzame tumult van de tijd” (1999). Daarin schetst zij hoe het voor een meisje van haar generatie vanzelfsprekend was dat ze later zou gaan trouwen en kinderen krijgen. Meisjes kregen poppen en fornuisjes om zich daar op voor te bereiden. Zij had in zoverre verlichte ouders dat zij op haar zevende verjaardag een mecanodoos kreeg omdat ze er om gevraagd had en ook mochten de kinderen zoveel mogelijk doorstuderen. Alijd behaalde haar MULO-diploma en daarna op zestienjarige leeftijd het diploma van de avond-HBS. Toen ze achttien jaar was werd ze geconfronteerd met de zelfmoord van een tante die kunstenares was. Deze tragische gebeurtenis maakte een diepe indruk op haar. Zij was in die tijd ook tot de conclusie gekomen dat ze lesbisch was en kondigde haar ouders aan te willen “trouwen” met een vrouw. Een grote schok, maar haar vader vroeg haar toch om de levenspartner thuis te komen voorstellen. Alijd wilde kunstenares worden. Haar ouders waren van mening dat ze een onafhankelijk vrij beroep moest kiezen, om niet van een kunstenaarsinkomen afhankelijk te zijn. En zo kwam ze in de verpleging terecht. Na de bevrijding kwamen de berichten over de vergassingen en de wreedheden van alle kanten op haar af en zij schaamde zich bij de overlevenden te horen. Ze beëindigde de relatie met haar partner en er kwam een nieuwe liefde in haar leven: een andere vrouw, wat ouder, die al twaalf jaar met een vriendin samenwoonde. Zij gingen gedrieën verder en deze dames stimuleerden Alijd om haar artistieke gaven te ontplooien. Op vijfendertigjarige leeftijd begon ze met schilderen. De vriendinnen stelden haar ook in staat om te reizen, weliswaar niet de wereldreizen waarvan ze gedroomd had, maar de wereld werd wel wijder, ook al bleef het begrensd tot Europa.
In 1967 kwamen zij met z’n drieën in Losser wonen. Alleen nieuwbouw stond toen open voor inwoners van buiten en zij kochten een huis via het Bouwfonds Nederlandse Gemeenten aan het Hazenpad. In dit nieuwe wijkje met namen als Steenstraat en Houtstraat, was eerst voor de naam “Nagelstraat” gekozen. Maar de bewoners ageerden hiertegen en zo werd het Hazenpad, genoemd naar het “Hasenhoes of “Mennenhoes”, dat daar had gestaan. De dames uit Amsterdam kwamen daar terecht in een gezellig buurtje temidden van veel mensen van buiten het dorp. Zij gaven hun woning de naam “Huize de Wilgenhoek”. Alijd Brink had een brede belangstelling, ze was zeer open en maakte gemakkelijk vrienden. Naast het schilderen schreef ze gedichten en prozawerk. Haar boeken werden voor het merendeel uitgegeven door N.V. Uitgeverij Smit van 1876 te Hengelo. In het boek “Collage van een sterfgeval”(1986), beschrijft ze het overlijden van één van de vriendinnen. De afschrikwekkende diagnose, de lange lijdensweg thuis, de moeizame communicatie bij de vraag om het lijden te verlichten, het verlangen naar een zachte dood. Ondanks een levenstestament was euthanasie een zeer beladen onderwerp.
Een gedicht, een essay en een novelle werden bekroond en zij exposeerde onder meer in Den Haag, Deventer en Losser. Ze stond ook aan de wieg van het Musisch Podium in Losser. Alijd zei zelf: “Of ik beroemd wilde worden? Ja dat nam ik me voor. Het is er niet van gekomen maar de begrensde bekendheid van mijn werk heeft me nooit gehinderd”. Ze heeft dus niet van haar kunst kunnen leven, maar dankzij haar vriendinnen heeft ze haar leven toch in dienst kunnen stellen van de kunst.
Het laatste jaar van haar leven woonde ze in de verzorgingsflat De Lindenhof in Enschede. Ze was getroffen door de ziekte van Parkinson. Schilderen deed ze niet meer met het penseel maar met het mes.
Alijd Brink overleed op 24 mei 2002.