Archief 'Het meisje in de Froenstraat' ...

en andere Lossernaren

het meisje in de Froenstraat Berend ter Denge
Foto van de maand juni 2008

Onder de titel ‘Het meisje in de Froenstraat’ is de Historische Kring Losser in april 2004 begonnen aan een project dat op 1 november 2005 heeft geleid tot de uitgave van een zeer bijzonder (foto)boek.
In de jaren 1979 tot 1995 maakte ons lid de heer Norbert Klein, destijds actief in de - helaas ter ziele gegane - ‘Hifo’ (Historische Fotoclub Losser), een serie van meer dan honderd portretten van bekende en minder bekende Lossernaren.
Het boek, waarvan in 2 drukken, ruim 900 exemplaren beschikbaar waren was binnen een halfjaar uitverkocht. Daarom tonen wij nu elke maand een andere foto uit het boek, met de bijbehorende tekstpagina.
In het archief zijn de namen van de geportretteerden opgenomen.

In de maand juni was de beurt aan: Berend ter Denge

Berend ter Denge werd geboren in 1910, als zoon van Johannes Herm. ter Denge en Geertruida Ottink.
In zijn geboortejaar droeg burgemeester G.J.M. Eenhuis in Losser de ambtsketen. Hij werd benoemd op 29 januari 1907 en zou hier blijven tot 5 juni 1919. Het aantal inwoners van de gemeente was vanaf 1890 voortdurend gestegen. Het aantal mensen dat zich hier jaarlijks vestigde bereikte haar hoogtepunt in 1912: 803 personen laten zich dan inschrijven.
Als Berend ter Denge vier jaar oud is breekt de Eerste Wereldoorlog uit. Ofschoon Nederland neutraal is in deze wereldbrand, heeft deze verschrikkelijke periode toch grote gevolgen, zeker in een grensgemeente. Het economisch leven is ontwricht en er heerst levensmiddelenschaarste. In Losser zijn bovendien veel mensen hun werk in de Duitse textielfabrieken kwijtgeraakt. Het waren bepaald geen gelukkige jaren waarin hij is opgegroeid.
Hij trouwde met Clementine Lettmann, afkomstig uit Datteln in Duitsland. Dit plaatsje in het Münsterland, op de grens met het Roergebied, was in die tijd nog een mijnwerkersstadje. Nu is het uitgegroeid tot het grootste kanalenknooppunt van Europa. De relatie met Duitsland was gelegd, doordat twee jongere zusjes van Clementine woonden in Losser woonden op het oude erve Nijlant aan de Gildehauserweg.
Berend ter Denge, ook genoemd “Dengebeernd”, was veehandelaar van beroep. “Dengebeernd” was een bekende figuur in het dorp, iemand over wie veel verhalen de ronde deden. Zo verkondigde hij op zijn bruiloft dat er twaalf kinderen de berg af zouden rollen… Het is echter maar bij één kind gebleven. Hij had al vroeg een fiets met motoraandrijving maar zijn probleem was dat hij niet goed wist hoe hij tot stilstand kon komen. Zijn oplossing was dan de heg. Lange tijd vervoerde hij melkbussen naar Enschede voor boeren in de Zoeke. Hij heeft ooit een geslachte sik verkocht voor een schaap. In de familie werd hierover nog lange tijd gesproken en gelachen.
Ook werd Berend eens voor een vergrijp opgesloten in de Oude Toren, samen met Johan van de Koendert (Wever). De Oude Toren deed toentertijd dienst als cachot bij kleine overtredingen. Het blijft een raadsel, hoe het kon, maar men zegt dat beiden bij hun vrijlating beschonken uit de toren tevoorschijn kwamen. Het verhaal wil dat ze rijkelijk van drank en eten werden voorzien door bevriende relaties.
In 1965 heeft Berend ter Denge het boerenbedrijf van het erve Nijlant, dat in de volksmond Möllenboer werd genoemd, op zich genomen en is bij zijn schoonzussen Maria en Anna Lettmann ingetrokken. Anna was de weduwe van Albertus Bloemen. Zij waren op latere leeftijd getrouwd en het huwelijk duurde slechts vijf jaar. De zussen Lettmann hadden het Nijlant geërfd van hun tante Anna Hüning, die eerst getrouwd was met Bernard Nijlant. Na zijn overlijden trouwde Anna Hüning opnieuw met de heer Frericks uit Gronau, die de bijnaam Möllenboer had. Beide huwelijken bleven kinderloos en ook het huwelijk van Anna Lettmann en Albertus Bloemen bleef kinderloos. Er was dus geen boer op het erf en Berend nam deze taak op zich.
Dit oude erve, waar Berend ter Denge ging boeren wordt al genoemd in 1475. Het was een volgewaard erve, dat onder meer toebehoorde aan de graaf van Bentheim en later aan de zogenoemde Witwensitz van Bentheim het Slot Gronau. In het Slot Gronau, waarvan de restanten tijdens de sanering van het centrum werden afgebroken (alleen de Schlossplatz herinnert nog aan het oude kasteel), woonde de weduwe/moeder van de Graaf van Bentheim. Zij betrok haar inkomsten onder meer vanuit diverse boerderijen in de omgeving. In die tijd dus ook uit het erve Nijlant.
“Dengebeernd” overleed in 1985.