Archief 'Het meisje in de Froenstraat' ...

en andere Lossernaren

het meisje in de Froenstraat Jacob Marinus (Jaap) Koese
Foto van de maand oktober 2010

Onder de titel ‘Het meisje in de Froenstraat’ is de Historische Kring Losser in april 2004 begonnen aan een project dat op 1 november 2005 heeft geleid tot de uitgave van een zeer bijzonder (foto)boek.
In de jaren 1979 tot 1995 maakte ons lid de heer Norbert Klein, destijds actief in de - helaas ter ziele gegane - ‘Hifo’ (Historische Fotoclub Losser), een serie van meer dan honderd portretten van bekende en minder bekende Lossernaren.
Het boek, waarvan in 2 drukken, ruim 900 exemplaren beschikbaar waren was binnen een halfjaar uitverkocht. Daarom tonen wij nu elke maand een andere foto uit het boek, met de bijbehorende tekstpagina.
In het archief zijn de namen van de geportretteerden opgenomen.

In de maand oktober 2010 was de beurt aan: Jacob Marinus (Jaap) Koese

Jaap Koese werd geboren op 1 november 1922 bij Middelharnis op het Zuid-Hollandse eiland Goeree –Overflakkee. Zijn ouders hadden een boerderij en Jaap was de vierde zoon in dit gezin. Hij volgde de lagere school, de MULO en behaalde daarna het HBS-diploma.

In 1941 kwam hij letterlijke in botsing met de Duitse bezetters. Op een avond was hij samen met een vriend na de dansles, op weg naar huis, toen zij op een patrouille botsten, die net om de hoek kwam. Dit werd gestraft met tien maanden jeugdgevangenis in het Duitse Wittlich, een historisch Eifelstadje ten noordoosten van Trier. Voor een jongen in die omstandigheden uiteraard een hele slechte tijd.

Daarna ging Jaap Koese weer gewoon naar school tot in 1943. Toen begonnen de Duitse razzia’s voor de Arbeitseinsatz. Met behulp van zijn oudste broer, die tandarts was in Enschede, kwam Jaap Koese terecht bij de firma Gabriëls in Broekheurne. In het Aamsveen, net over de grens werd turf gestoken, die per lorrie naar de fabriek werd vervoerd, om daar verwerkt te worden tot strooisel. De gestoken turf moest eerst drogen, door ze in rijen te op te zetten en dat werk mocht Jaap gaan doen.

In 1944 lukte het om met een verlofpas van zijn baas toch weer naar school te gaan. Het diploma haalde hij toen niet, maar in 1945 kreeg hij dat alsnog.

Hij ging tandheelkunde studeren en in 1951 slaagde als hij tandarts. Zoals gebruikelijk in die tijd volgde toen de militaire dienst. Anderhalf jaar lang ging Jaap Koese onder de wapenen, waar hij als tandarts dienst deed. En toen kwam de Watersnoodramp. “Dit was voor ons een reden om  hogerop te zoeken naar een vestiging”, zoals hij het zelf formuleert. En dat werd Losser in Twente, een streek van Nederland, die hij al kende via zijn broer en vanuit de tijd dat hij hier in de oorlogsjaren tewerk was gesteld.

Hij vestigde zijn tandartspraktijk aan de Vicarystraat en menig Lossernaar zal daar met gemengde gevoelens naar binnen zijn gegaan. De technische hulpmiddelen en de verdovingen waren in die tijd nog niet zo verfijnd. Een bezoek aan de tandarts werd bepaald niet als een pretje ervaren.

In 1960 betrok hij een woonhuis annex praktijk aan de Gildehauserweg en tot 1985 bleef hij daar in functie.

Jaap Koese heeft altijd met veel plezier in Losser gewoond en gewerkt. In het mooie parklandschap konden prachtige fietstochten gemaakt worden. Een andere hobby was het graven naar fossielen. In de kleiput bij de steenfabriek van Osse en in de zand- grint- en kleigroeves in de omgeving, ook over de grens, kon hij zijn hart ophalen. Daar waren prachtige fossielen te vinden. Toen de groeves langzamerhand verdwenen ging hij insecten verzamelen. Hij bouwde een collectie op met verschillende soorten bijen en wespen.

Jaap Koese is in Losser aan de Gildehauserweg blijven wonen en geniet samen met zijn vrouw nog altijd van de mooie natuur. Maar ook zijn eigen bloementuin krijgt alle aandacht.