Archief 'Het meisje in de Froenstraat' ...

en andere Lossernaren

het meisje in de Froenstraat Albert Kuperus
Foto van de maand februari 2011

Onder de titel ‘Het meisje in de Froenstraat’ is de Historische Kring Losser in april 2004 begonnen aan een project dat op 1 november 2005 heeft geleid tot de uitgave van een zeer bijzonder (foto)boek.
In de jaren 1979 tot 1995 maakte ons lid de heer Norbert Klein, destijds actief in de - helaas ter ziele gegane - ‘Hifo’ (Historische Fotoclub Losser), een serie van meer dan honderd portretten van bekende en minder bekende Lossernaren.
Het boek, waarvan in 2 drukken, ruim 900 exemplaren beschikbaar waren was binnen een halfjaar uitverkocht. Daarom tonen wij nu elke maand een andere foto uit het boek, met de bijbehorende tekstpagina.
In het archief zijn de namen van de geportretteerden opgenomen.

In de maand februari 2011 was de beurt aan: Albert Kuperus

Albert Kuperus werd geboren op 2 oktober 1936 in de Hooimaat, in het huis waar tegenwoordig Piet van Essen woont en waar het Kuperuspad langs loopt. Hij is een neef van oud-wethouder Hans Kuperus.

Zo rond 1900 kwamen de voorouders van Albert vanuit Steenwijkerwold naar Losser om emplooi te vinden in de textielindustrie bij Van Delden in Gronau. Zijn vader overleed toen Albert nog jong was, maar zijn moeder werd daarentegen 97 jaar.

Hij was enig kind, maar samen met buurjongens was het heideveld (waar nu de bungalows aan de rand van de Saller staan) een prachtige plek om te voetballen. Vanaf zijn ouderlijk huis liep toen een pad naar de Lutterstraat waar vroeger café Koopman stond. Daar was in die tijd het veld waar de voetbalclub TAR speelde. De naam Kuperuspad is volgens Albert bedacht door de jongens van de familie Visser. Van zijn jeugd weet hij zich nog goed te herinneren hoe ze na schooltijd vanaf de school dikwijls op het trammetje sprongen, dat door Losser liep, om dan op de treeplank te blijven staan en er bij café De Klomp aan de Oldenzaalsestraat weer af te springen. Maar soms lukte dat niet, met als gevolg “dat we doorreden tot de volgende halte halfweg Oldenzaal en dan het hele eind terug moesten lopen naar de Hooimaat”.

Na het verlaten van de CVO school – toen gehuisvest in de “Lange School” (aan de huidige Langenkamp), werd Albert kostwinner en begon te werken bij de spinnerij Bamshoeve in Enschede, eerst als spinner en later als voorspinner. Hij volgde diverse cursussen zodat hij alle machines kon bedienen. Maar het werken tussen vier muren beviel niet zo en via kennissen in de buurt van Emmeloord kreeg hij een tip dat er bij de post in de Noordoostpolder werk genoeg was. Na de geslaagde sollicitatie kon Albert beginnen als postbode. Dat was in de strenge winter van 1962. Een kosthuis vinden lukte niet en dus ging hij in de weekends op en neer naar Losser.

Al spoedig bleek dit werken en reizen een te zware opgave en zocht hij ander werk. De Heidemij werd zijn nieuwe werkgever, waarvoor hij drainagepijpen moest leggen op een sportveld in Enschede. Via een broer van Abe Lenstra die daar baas was, kwam hij terecht bij de landmeetkundige dienst in Hengelo, waar hij gedurende twee jaar meehielp om de nieuwe wijk Groot Driene in kaart te brengen. Een vaste baan zat er helaas niet in. En zo kon het gebeuren dat Albert gedurende een paar jaar diverse werkgevers had.Via de IJsselmij (putjes graven en aansluitingen maken) en de firma Smelt in Enschede, waar lampenkappen werden gemaakt, kwam Albert in de weg -en waterbouw terecht waar hij werkte aan het verleggen van beken en weer later aan het verwerken van asfalt.

In 1977 kwam hij in dienst bij de gemeente Losser. Het eerste jaar was hij bakkenlader. “Na de eerste dag dacht ik, dat wordt nooit wat, want van dat ingooien van de zakken had ik werkelijk geen armen meer over”. Daarna werd hij kantonnier, want die functie kwam vrij en Albert had immers verstand van asfalt, meten en het leggen van riolen.

Tot 1997 heeft hij bij de gemeente gewerkt om op 61-jarige leeftijd met de VUT te gaan.

Albert Kuperus trouwde in 1966 met Annie Kuipers uit Overdinkel en samen kregen zij drie kinderen (één zoon en twee dochters). Inmiddels zijn er 5 kleinkinderen.

Tot 1980 woonden Albert en Annie in de kerkenwoningen aan de Gronausestraat, vlakbij slagerij Hogebrink. Daarna zijn ze verhuisd naar de huidige woning aan de Irisstraat.

De grote hobby van Albert is de muziek. Sinds 1951 is hij al lid van orkestvereniging Sempre Crescendo. Zijn muzikale opleiding kreeg hij Van Bets Loff. Albert heeft diverse instrumenten bespeeld zoals trompet, hoorn en bariton, maar de laatste 15 jaar slaat hij de grote trom. Ook bestuurlijk is Albert een aantal jaren actief geweest voor Sempre Crescendo.

Momenteel gaat hij in het zomerseizoen, samen met zijn vrouw, graag naar hun eigen stacaravan in Blokzijl om daar van de natuur te genieten, te vissen en te lezen.