Archief 'Het meisje in de Froenstraat' ...

en andere Lossernaren

het meisje in de Froenstraat Maria Lettmann en Anna (Anne) Bloemen-Lettmann
Foto van de maand juli 2011

Onder de titel ‘Het meisje in de Froenstraat’ is de Historische Kring Losser in april 2004 begonnen aan een project dat op 1 november 2005 heeft geleid tot de uitgave van een zeer bijzonder (foto)boek.
In de jaren 1979 tot 1995 maakte ons lid de heer Norbert Klein, destijds actief in de - helaas ter ziele gegane - ‘Hifo’ (Historische Fotoclub Losser), een serie van meer dan honderd portretten van bekende en minder bekende Lossernaren.
Het boek, waarvan in 2 drukken, ruim 900 exemplaren beschikbaar waren was binnen een halfjaar uitverkocht. Daarom tonen wij nu elke maand een andere foto uit het boek, met de bijbehorende tekstpagina.
In het archief zijn de namen van de geportretteerden opgenomen.

In de maand juli 2011 was de beurt aan: Maria Lettmann en Anna (Anne) Bloemen-Lettmann

Maria Lettmann werd geboren in 1909 en Anne Lettmann zag het levenslicht op 10 april 1911. Beide zussen waren afkomstig uit Datteln in Duitsland, een plaats in het Münsterland aan de grens met het Roergebied. Zij groeiden daar op in een bakkersgezin.

Als gevolg van de Eerste Wereldoorlog heerste er grote armoede.

In 1918 was in Losser Bernard Nijlant overleden. Zijn vrouw, Anna Elisabeth Nijlant-Hüning, was een tante van de beide zussen en deze weduwe bleef alleen achter op het grote erve Nijlant aan de Gildehauserweg. Anna werd als eerste naar de boerderij in Losser gestuurd en niet lang daarna volgde haar zus Maria. De meisjes spraken geen woord Nederlands, maar zullen zich met het dialect wel aardig gered hebben. Het was voor beiden echter geen gelukkige jeugd. Ze moesten hard werken voor de kost en inwoning en het was geen aardige tante, bij wie ze door hun ouders waren geplaatst. Tante Anna Hüning hertrouwde met Johann Frericks uit Gronau, die de bijnaam Möllenboer had. Maria en Anne Lettmann waren blij met de komst van Johann, want hij bleek een aardige en zorgzame man te zijn. De beide zussen werden toen bekend als de “wichter van de Möllenboer”.

Maria en Anne waren zeer gelovig en gingen dan ook trouw naar de H. Maria Geboortekerk. Dat was weliswaar niet zo ver lopen, maar het kwam regelmatig voor, dat ze zich vóór de H. Mis in het dorp verkleedden. De Zwarte Weg, zoals de huidige Gildehauserweg toen ook werd genoemd, was door de heer Menko verhard met sintels. Bij bepaalde weersomstandigheden zorgde het kolengruis ervoor, dat ze dan ontoonbaar in de kerk zouden aankomen en dat wilden de jonge meisjes natuurlijk niet. De textielfabrikant Menko had in 1916 het erve Verbecke (het latere Aarnink) aangekocht en in de Bardel een theehuisje gebouwd. In 1922 werd de weg verhard. De heer Menko stelde de sintels beschikbaar op voorwaarde dat de gemeente de weg zou onderhouden. Het erve Nijlant lag nu weliswaar aan een verharde weg, maar te voet naar het dorp was dus niet altijd een pretje.

Het Katholicisme was belangrijk voor Maria en Anne en ze waren er dan ook trots op, dat de huidige bisschop van Münster, Reinhard Lettmann, die in 2005 zijn zilveren jubileum vierde, tot hun familie behoorde. In 1988 hebben zij hem persoonlijk ontmoet tijdens een bezoek aan Gronau.

Anne Lettmann trouwde in 1951 met Albertus Bloemen. Helaas overleed haar man na slechts vijf jaar huwelijk. Maria Lettman is nooit gehuwd geweest.

In 1965 kwam de oudste zus Clementine, die gehuwd was met Berend ter Denge, samen met haar man en hun zoon Herman op de boerderij inwonen. Na enige jaren nam Herman de boerderij over. Het huis werd verbouwd en Maria en Anne gingen wonen in de zogenoemde Lijftucht, een huisje dat aan de bovenzijde is aangebouwd. Na een leven van hard werken, konden zij genieten van een fijne “oude dag”. Ze werden door Herman ter Denge en zijn vrouw Els Hekman met liefde omringd en de geboorte van de twee kinderen, Annemarie en Johan ter Denge, leverde de twee zussen veel vreugde op.

Het erve Nijlant, waar de twee zusjes uit Duitsland het grootste deel van hun leven doorbrachten, wordt al genoemd in het Schattingsregister van 1475 en was een leen van Arend van Rodenberghe van het Gut Ruenberg. In 1601 is het een volgewaard erf en is in het bezit van het “Huis te Gronoue”. Het Schoapsschot bij de toegang tot het erve staat op plinten van Bentheimer zandsteen en dateert uit 1803. De kapitale boerenbehuizing, waarvan “het vierkante werk”, de gebinten, dateert uit de tweede helft van de achttiende eeuw, was oorspronkelijk opgetrokken in vakwerkstijl en doet in eerste instantie niet vermoeden, dat het hier nog steeds gaat om een zogenoemd “Saksisch Hallenhuis”.

Maria Lettmann overleed in op 24 juli 1998 en Anne Bloemen-Lettmann overleed op 27 juli 2003.