Archief 'Het meisje in de Froenstraat' ...

en andere Lossernaren

het meisje in de Froenstraat Frans Joseph (Frans) Maathuis
Foto van de maand september 2011

Onder de titel ‘Het meisje in de Froenstraat’ is de Historische Kring Losser in april 2004 begonnen aan een project dat op 1 november 2005 heeft geleid tot de uitgave van een zeer bijzonder (foto)boek.
In de jaren 1979 tot 1995 maakte ons lid de heer Norbert Klein, destijds actief in de - helaas ter ziele gegane - ‘Hifo’ (Historische Fotoclub Losser), een serie van meer dan honderd portretten van bekende en minder bekende Lossernaren.
Het boek, waarvan in 2 drukken, ruim 900 exemplaren beschikbaar waren was binnen een halfjaar uitverkocht. Daarom tonen wij nu elke maand een andere foto uit het boek, met de bijbehorende tekstpagina.
In het archief zijn de namen van de geportretteerden opgenomen.

In de maand september 2011 was de beurt aan: Frans Joseph (Frans) Maathuis

Frans Maathuis werd geboren op 6 maart 1935 aan de Deurningerstraat te Enschede. Hij is de jongste in een gezin met elf kinderen en de eerste, waarbij in het trouwboekje Enschede als geboorteplaats vermeld staat. De oudere broers en zussen, geboren in hetzelfde huis, hebben als geboorteplaats de gemeente Lonneker. Op 1 mei 1934 was de samenvoeging van beide gemeenten ene feit geworden.

Frans ging naar de Mariaschool I, een r.k. school voor jongens aan de Mekkelholtsweg. De namen van enkele van zijn “meesters”, Bartelink en Goldschmidt, zijn ook in Losser niet onbekend. Leerlingen van de Martinusschool, zullen zich hen herinneren als leerkrachten, bij wie zij als jongetje in de klas hebben gezeten.

Na één jaar de MULO gevolgd te hebben op “Hoog en Droog”, in de schaduw van de Enschedese watertoren, stapte Frans in 1948 over naar de, in dat jaar in Hengelo gestarte HBS-opleiding aan het Collegium Mantuanum. Rond 1950 werd deze school herdoopt tot De Grundel. Hij behaalde in 1953 zijn einddiploma, naar eigen zeggen niet zonder enige “hakken-over-de sloot bevorderingen”.

Vervolgens ging Frans Maathuis naar de Kweekschool in Zeist, een internaat van de Fraters van Utrecht, waar hij na twee jaar zijn Onderwijs-Acte in ontvangst mocht nemen.

In 1955 werd Frans benoemd aan de Kerkstraat-school in Deventer. Dat was in de dagen dat een solliciterende schoolmeester bij wijze van spreken “met open landauer plus fanfare werd ingehaald”. Wel had een onderwijzer toen ruim veertig leerlingen in de klas.

Frans kreeg een vriendin in Enschede, Marlies Breukers, en in die tijd was Deventer dan toch wel ver weg. Dat resulteerde in een benoeming aan de Alphonsusschool op het Hogeland in Enschede. Inmiddels had Frans zijn onderwijsbevoegdheid uitgebreid met Hoofdacte A en B en een aantal LO-acten, die de bevoegdheid gaven om aan de (M)ULO les te geven. Allemaal studies, die je in de avonduren moest volgen.

In de stille hoop de trouwplannen in Losser eerder te kunnen realiseren dan in Enschede, solliciteerde Frans bij het Kerk/Schoolbestuur van pastoor Van den Hoven en  hij werd benoemd aan de pas opgerichte MULO met als directeur W.G.M. Varwijk en collega Herman Bourgonje. De kleinschaligheid had wel tot gevolg dat er les gegeven moest worden in alle vakken: Engels, Nederlands, Biologie, Rekenen, Aardrijkskunde, Geschiedenis, Muziek, Gymnastiek, Godsdienst en later ook Maatschappijleer.

In augustus 1960 kon er getrouwd worden en Frans en Marlies gingen wonen aan de Vicarystraat, op een verdieping boven de praktijk van tandarts Koese, tegen een huur van circa  2,50 per week. Het kwam veelvuldig voor, dat de patiënten ook hun overloop annexeerden en bovendien van het toilet gebruik maakten. Na ruim een half jaar kwam het hele huis beschikbaar; niets te vroeg omdat de eerste van de vier zonen zich aandiende.

Bouwplannen, noodzakelijk door de gezinsuitbreidingen en ook mogelijk door de stijgende welvaart, resulteerden in een eigen huis aan de Hogeweg en het besluit definitief Lossernaar te worden.

Na veertig dienstjaren bij het onderwijs, een tijdperk vol onderwijsvernieuwingen, uitbreidingen in zowel leerlingenaantallen als lokaliteit, maar met als constante factor de puberende leerling, waarom alles draait, kwam in 1995 de toenmalige VUT in zicht. Het was een periode van onrust en turbulentie, veroorzaakt door schaalvergroting en fusies en Frans besloot dan ook om van de VUT-regeling gebruik te maken.

Zijn hobby, het verzamelen van oud, ambachtelijk glas, kreeg een nieuwe wending, toen hij op een markt in Engeland een 19e eeuws inktpotje ontdekte. Dit was het begin van een verzameling voorwerpen rond het thema “schrijven”. Een collectie, die zich in de loop der jaren uitbreidde en heeft toegespitst op de vulpen: verzamelen, restaureren en documenteren. “Een hobby met de voldoening van het vinden, het behouden, het genieten; aspekten, die iedere verzamelaar herkent en waarvan de niet-verzamelende mens geen voorstelling heeft”, aldus Frans.