Archief 'Het meisje in de Froenstraat' ...

en andere Lossernaren

het meisje in de Froenstraat

 

Antonius Hermanus (Teun) Nijhuis
Foto van de maand september 2012

Onder de titel ‘Het meisje in de Froenstraat’ is de Historische Kring Losser in april 2004 begonnen aan een project dat op 1 november 2005 heeft geleid tot de uitgave van een zeer bijzonder (foto)boek.

In de jaren 1979 tot 1995 maakte ons lid de heer Norbert Klein, destijds actief in de - helaas ter ziele gegane - ‘Hifo’ (Historische Fotoclub Losser), een serie van meer dan honderd portretten van bekende en minder bekende Lossernaren.

Het boek, waarvan in 2 drukken, ruim 900 exemplaren beschikbaar waren was binnen een halfjaar uitverkocht. Daarom tonen wij nu elke maand een andere foto uit het boek, met de bijbehorende tekstpagina.
In het archief zijn de namen van de geportretteerden opgenomen.

In september 2012 was de beurt aan: Antonius Hermanus (Teun) Nijhuis

Teun Nijhuis, ook genoemd “Haan’n Akker’s Teun”, werd geboren op 22 februari 1912 in De Lutte. Teun groeide op in een groot gezin op de boerderij aan het Lutterkerkpad en hij ging al op jeugdige leeftijd werken bij de textielfabriek van H.P. Gelderman & Zonen in Oldenzaal, zoals dat in die tijd gebruikelijk was. Er moest geld binnengebracht worden, zeker in een  gezin met veel kinderen.

De textielindustrie bood de grootste werkgelegenheid en een redelijk vast inkomen. Maar al snel kwam de grote economische crisis in de jaren dertig met de, in de ogen van de fabrikanten, economisch noodzakelijke loonsverlaging en verlenging van de arbeidsduur. Ook de Oldenzaalse ondernemingen waren betrokken bij de arbeidsconflicten die daaruit voortkwamen en die vaak diepe sporen hebben nagelaten.

In die dertiger jaren vormde Teun Nijhuis samen met zijn broers Hendrik en Herman en met Toon Riekerink een band, waarin later ook de jongere broer Frans kwam meespelen. Teun speelde klarinet. Zij noemden zich “De Oosttwentse Gezellen”, maar waren beter bekend als “De Haan’n Akkers”. Naast het dagelijkse werk traden zij op bij bruiloften en partijen en andere feesten en zij waren een veelgevraagde band. Dansen in het weekend was voor de jongelui in die dagen een gebeurtenis waar ze de hele week naar uit konden zien. Het was de hele week hard werken, in de fabrieken, thuis op de boerderij of bij vader en moeder in de winkel. En er was verder weinig vertier. Dansen was een populaire bezigheid en veel caféhouders stelden dan ook hun lokaliteit beschikbaar voor het houden van dansles en organiseerden openbare bals. Goede muzikanten waren daarbij zeer gevraagd en “De Haan’n Akkers” hadden dan ook niet te klagen.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog ging Teun Nijhuis werken in de klompenmakerij van zijn broer en daarna pakte hij zijn werk in de textielindustrie weer op.

Zijn muzikale gaven stelde hij ook in dienst van de Sint Plechelmus-harmonie. Jarenlang was hij een actief lid van dit muziekgezelschap, evenals van het zangkoor van de r.k. H Plechelmuskerk. Van dit zangkoor is hij altijd lid gebleven.

Op tweeënzestig jarige leeftijd ging Teun Nijhuis met pensioen. De zee van vrije tijd die er toen op hem af kwam vulde hij in met veel nieuwe hobby’s, zoals autorijden en zwemmen. Teun haalde zijn zwemdiploma toen hij tachtig jaar was. Dat zie je meer bij mensen van zijn generatie. Zwemles was er in hun jeugd niet bij en zwembaden waren er nauwelijks.

Volksdansen vond hij ook leuk om te doen. Maar de grootste hobby van Teun in die tijd, was het vlechten van manden, zogenoemde böggelkoarfkes (hengselmanden). Een mooi oud ambacht, dat hij in ere hield.

Teun Nijhuis was getrouwd met Gezina Beernink. Hij stierf op 23 februari 2003.