Archief 'Het meisje in de Froenstraat' ...

en andere Lossernaren

het meisje in de Froenstraat

 

Poorthuis Johan
Foto van de maand maart 2013

Onder de titel ‘Het meisje in de Froenstraat’ is de Historische Kring Losser in april 2004 begonnen aan een project dat op 1 november 2005 heeft geleid tot de uitgave van een zeer bijzonder (foto)boek.

In de jaren 1979 tot 1995 maakte ons lid de heer Norbert Klein, destijds actief in de - helaas ter ziele gegane - ‘Hifo’ (Historische Fotoclub Losser), een serie van meer dan honderd portretten van bekende en minder bekende Lossernaren.

Het boek, waarvan in 2 drukken, ruim 900 exemplaren beschikbaar waren was binnen een halfjaar uitverkocht. Daarom tonen wij nu elke maand een andere foto uit het boek, met de bijbehorende tekstpagina.
In het archief zijn de namen van de geportretteerden opgenomen.

In maart 2013 was de beurt aan: Johannes Petrus (Johan) Poorthuis

Johan Poorthuis, ook bekend als “Vasterd’s Johan” werd geboren op 31 januari 1903 in Losser, als zoon van een winkelier in koloniale waren.

Na de lagere school begon hij als smidsgezel bij de firma Rondhuis in Oldenzaal. Daarna werd hij smid bij  Lesscher in Losser.

Toen Ludwig van Heek in 1927 de textielfabriek in Losser bouwde werd Johan Poorthuis daar aangesteld als bedrijfssmid. In 1939 werd hij chef van de smederij en de onderhoudsafdeling, een functie die hij heeft vervuld tot aan zijn pensionering in april 1968. Hij ging ook tegenover de fabriek wonen.

Het leven van Johan Poorthuis stond in het teken van Losser en zijn geschiedenis, het klootschieten en de fabriek van Van Heek.

Zijn geboortedorp en alles wat daarmee te maken had lag hem zeer na aan het hart. Hij hield de berichtgeving over Losser in de toenmalige Twentsche Courant goed in de gaten en als het in zijn ogen niet klopte, klom hij direct in de pen. Zo waren zijn reacties dan ook regelmatig te vinden in de rubriek “Lezers schrijven”.

Hij heeft zich met hart en ziel ingezet voor de “Oale Toorn”. In 1926 hielp hij al mee met de vernieuwing van het dak. Toen na de Tweede Wereldoorlog bleek dat de klokken die door de Duitsers in beslag waren genomen om als gesmolten brons te worden gebruikt in de wapenindustrie, weliswaar gespaard waren gebleven, maar niet ongeschonden (de kinderklok had een barst), vormde hij samen met anderen een klokkencomité, met als doel de historische klok te sparen. In de smederij bij Van Heek werd de schade hersteld en uit het keuringsrapport van klokkendeskundigen bleek dat de verwachtingen ver waren overtroffen. Johan Poorthuis werd voorgedragen als klokkenist en het gemeentebestuur gaf hem een vaste aanstelling. Hij vervulde deze taak van 1946 tot 1981.

De klootschieterswereld en Johan Poorthuis zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, ofschoon hij zelf niet zo’n actieve schieter was. Hij wilde de klootschieterssport uit de folkloresfeer halen en als sportbeoefening meer aanzien geven. Hij was medeoprichter van de klootschietersvereniging Dorp Losser in 1930 en zijn leven lang secretaris van deze club. Ook was hij zeventien jaar lang penningmeester. De Losserse klootschietersfederatie kwam in 1953, ook mede door hem tot stand. Hij legde voor deze sport  ook diverse internationale contacten. Vóór de Tweede Wereldoorlog was er al een uitwisseling met de Duitse plaats Jever. Johan Poorthuis was er met de fiets naar toe gegaan en in 1934 vond de legendarische sportuitwisseling plaats. Willem ter Heersche (Hengel Wil’m) had het lied gemaakt: “Wij gaan naar Jever”. En dat werd in Losser uit volle borst gezongen. Johan Poorthuis werkte in die tijd ook mee aan een Duitstalig boek over klootschieten.

Na de Tweede Wereldoorlog werden deze verbindingen hersteld en ook richtte hij zijn blik op Ierland.  De nodige contacten kwamen tot stand en Ieren en Duitsers kwamen in 1969 naar Losser voor een eerste drielandenontmoeting.

Johan Poorthuis was ook klotendraaier voor zijn sportbroeders in een groot gedeelte van Twente. In de werkplaats achter zijn huis stond een elektrisch aangedreven draaibankje van eigen fabrikaat en met behulp van een grote collectie gutsbeitels werden de verschillende kloten vervaardigd, in gewicht variërend van 200-400 gram en diameters van 15-25 cm, met zes loodvullingen. Ook voor de Duitsers maakte hij kloten, die daar Boszels worden genoemd, met een gewicht van 800 gram en veertien loodpillen.

Johan Poorthuis was getrouwd met Gesina Wever en bij de familie Poorthuis was het altijd een zoete inval. Zij heeft heel wat kannen koffie geschonken.

Johan Poorthuis, oftewel “Vasterd’s Johan” overleed op 22 mei 1988.