Archief 'Het meisje in de Froenstraat' ...

en andere Lossernaren

het meisje in de Froenstraat

 

Johannes (Joop) Zwaferink
Foto van de maand mei 2015

Onder de titel ‘Het meisje in de Froenstraat’ is de Historische Kring Losser in april 2004 begonnen aan een project dat op 1 november 2005 heeft geleid tot de uitgave van een zeer bijzonder (foto)boek.

In de jaren 1979 tot 1995 maakte ons lid de heer Norbert Klein, destijds actief in de - helaas ter ziele gegane - ‘Hifo’ (Historische Fotoclub Losser), een serie van meer dan honderd portretten van bekende en minder bekende Lossernaren.

Het boek, waarvan in 2 drukken, ruim 900 ecemplaren beschikbaar waren was binnen een halfjaar uitverkocht. Daarom tonen wij nu elke maand een andere foto uit het boek, met de bijbehorende tekstpagina.
In het archief zijn de namen van de geportretteerden opgenomen.

In mei 2015 was de beurt aan: Johannes (Joop) Zwaferink

Joop Zwaferink werd geboren op 24 maart1927 in Losser. De familie is in vroegere generaties verbonden aan het gelijknamige, oude gewaarde erve in de Zoeke. Het Swaferinck, zoals het in de stukken wordt genoemd, behoorde aan het klooster te Werden aan de Ruhr (bij Essen in Duitsland), dat tussen 796 en 801 gesticht werd door de latere bisschop Ludgerus. Bij dit erve werd ook een urnenveldje gevonden uit de Saksische tijd, een duidelijk spoor van de oude nederzettingen die daar aanwezig waren.

Joop ging naar de lagere school en vervolgens naar de ambachtsschool omdat hij timmerman wilde worden. Maar dat hield hij na één dag voor gezien, want dat was bij nader inzien toch niet wat Joop wilde.

Vader Zwaferink had een schildersbedrijf aan de Gronausestraat in de Es en zo kwam Joop bij zijn vader in de zaak. Hij hield echter meer van de creatieve tak van schilderen. Tijdens de oorlogsjaren heeft hij enige tijd les gehad van Gerard van Haeften in Enschede, een begenadigde tekenaar. Deze kunstenaar maakte ook pamfletten, affiches en oorkonden op bestelling en dat ging Joop later ook doen. Hij schilderde landschappen, stillevens, dieren en vogels in de vrije natuur, maar ook wel eens een toneeldecor. Joop maakte muurschilderingen en deed kalligrafisch werk. Het kalligraferen van aktes en oorkonden bij jubilea van privé-personen en verenigingen was bij hem in goede handen. Heel veel mensen hebben deze kunstwerkjes met bewondering in ontvangst genomen. Ook zijn voorstelling van de Oude Toren, gemaakt in een reliëftechniek, was zeer geliefd.

Samen met zijn broer Marinus, zette Joop het schildersbedrijf van zijn vader voort. Joop was meestal in de winkel aan de Gronausestraat te vinden. Daar mengde hij de verf, zo op het oog en niet met een computer zoals tegenwoordig. Met zijn kleurgevoel was dat ook geen enkel probleem. En viel het thuis toch tegen, dan ging je gewoon terug en zei je: “Joop, er moet nog ietsje meer bruin bij in”. De kinderen uit de buurt waren dol op “ome Joop”. Hij heeft menig vogeltje voor hen getekend. Kwam je met een kind in de winkel dan scheurde hij een stukje papier of karton af en tekende een meesje, roodborstje of wat je maar wilde, in alle rust. En de moeder of vader had soms wel eens haast.

Joop Zwaferink was een echt natuurmens met een grote liefde voor Losser en Twente. Het landschap, de essen, de wallen, de boerderijen, daarvoor sprong hij in de bres. Maar ook voor de stenen en fossielen die in de bodem te vinden zijn. Hij hielp dus ook mee bij de totstandkoming van de Staringgroeve achter zijn huis. Dat huis was een klein museum, vol met fossielen, vogelnestjes en andere vondsten uit de natuur.

Ook huurde hij een perceeltje natuurgebied van de gemeente, gelegen achter de ijsbaan. Een stukje oude hei met opslag en een beekje er langs. Joop Zwaferink ruimde de rommel op, die de natuur dreigde te verstikken en was trots, dat de blauwe gentiaan daar weer bloeide en er weer vogels als de geelgors en de boompieper te zien waren.

Een rasechte Twentenaar als Joop was natuurlijk bij het klootschieten/kogelwerpen. Hij was medeoprichter van de Kogelwerp-Kloatscheeters vereniging “Vooruit Losser”. Vijftig jaar vervulde hij een bestuursfunctie en hij kreeg dan ook de gouden speld van de Nederlandse kogelwerpbond. Joop hield sierkippen en was lid van de Losserse Pluimvee- en Konijnenvereniging.

In 1986 ging hij in Lonneker wonen op het oude erve De Küper, dat zijn bezit was geworden. Hij werkte nog door in Losser tot zijn vijfenzestigste en restaureerde ondertussen de oude boerderij en het wönnerhoes. Daarna wijdde hij zich aan het beheer van het landgoed, dat daar op de grens van Losser en Lonneker, in samenwerking met Natuurmonumenten is ontstaan en waar zijn pauwen trots liepen te paraderen.

Joop Zwaferink overleed op 14 juli 2005. “Waor heide bleuit, en eek’n wast, doar wont ok leu, die doar bie past”, stond er zeer treffend boven de overlijdensadvertentie.